‘No’ is the hardest word

Elton John heeft zo eens een nummerke geschreven met als voornaamste zinsnede ‘sorry seems to be the hardest word’*. Welnu, Elton John heeft waarschijnlijk nooit écht moeten werken in zijn leven en hij zingt dan ook over liefde en van die dingen. Op het werk is ‘sorry’ zeggen echt niet zo moeilijk Elton.

Veel en veel moeilijker is ‘nee’ zeggen. Het is één van mijn grootste tekortkomingen. Ik kan het niet en ik wil het eigenlijk ook niet en ik loop daarmee wel eens tegen de lamp. Dat is mijn schuld.

Op de vraag ‘Jan kan je dat tegen morgen’, kies ik vaak de weg van de minste weerstand en dan zit ik tot een kot in de nacht te werken of het schiet er dan toch aan over en dan heb je het beloofd en dan had je het maar moeten weten.

Blij toe dat ik op de blog van Swissmiss een citaat zag dat erop wijst dat ik vast niet de enige ben die dat niet zo goed kan. ‘Nee’ zeggen. In 2012 is me dat aardig gelukt met mensen die me wilden boeken voor een lezing maar dat dan graag wel vandevoorniet wilden. Dit jaar ga ik mijn ‘nee’ zeggen proberen uit te breiden en te variëren.

“Ja, maar niet tegen morgen” bijvoorbeeld. Dat zie ik mezelf nog wel zeggen. Goede voornemens. #enal.

*sorry voor de oorwurm

Over digicorders

Onze telenetdigicorder is stuk. Op één of andere manier. Kapot. Voor de helpdeskmedewerkerverslaafden onder u: de lampjes branden niet meer. Behalve één, daar waar de stroom er op gaat. Achteraan.

Het ding wordt nog steeds koekenpanwarm maar beeld of geluid komt daar niet meer uit. Dat is een ernstige zaak. Zeker als je die vaststelling doet op de eerste zaterdag van de Vuelta wanneer je na een familiefeest te hebben gehost nog even wil checken wat zo de eerste rit heeft gebracht.

Niets. Geen lampjes. Geen beeld. Geen niets. Zaterdagavond. Dat is al zeker tot en met de maandagavond wanneer je, thuisgekomen van het werk “nog even over en weer naar het center” naar je lief roept.

Telenet centers zijn niet gesloten op maandag. Dat staat in die mensen hun contract, dat weet ik wel zeker. Het telenetcenter is vlak bij de deur en het is nog maar 17u27 als ik vertrek. In de verte zie ik iemand het pand verlaten. Het is 17u32.

Ik kom aan, trek aan de deur. Het is 17u35. Er hangt een bordje ten geleide. Open tot 17u45. Er zijn mensen binnen. Ik rammel aan de deur. Hard genoeg zodat het zeker gehoord zou worden.

Ik wil aandacht. Ik heb net de derde rit van de Vuelta gemist, ik heb me gehaast en ik wil erkenning voor mijn probleem. Kijk naar mij! Binnen wordt hard gedaan alsof er niemand aan de deur staat.

Een klant komt naar buiten, begeleid door een, hoe noem je dat shop manager waarschijnlijk, het is 17u42. “Sorry m’neer, wij zijn om 17u45 gesloten”. “Het is 17u42 en ik sta hier zeven minuten” probeer ik nog maar ik weet dat ik verloren heb.

Mijn agenda rolt: dinsdag Brussel, woensdag Aspace, donderdag en vrijdag Leuven. Woensdag gesloten? Fuck. Zaterdag. Een volle week Vuelta. Even draai ik me nog om. Drie passen maar. Niet boos. Teleurgesteld.

Update: Telenet heeft gebeld, met excuses en de mededeling dat ik zaterdag een digicorder van het nieuwe type mag oppikken. Dat brengt de eerste Vueltaweek niet terug maar misschien dat er wat dichter op de centers wordt gekeken nu zodat iedereen betere service krijgt.