Categories
Dienstmededelingen

Zelfevaluatie aan de hand van de Boing Boing regels

In het boek “The Art of Doing: How Superachievers Do What They Do and How They Do It So Well” heeft ook Mark Frauenfelder een stukje gekregen. Hij is de man achter het immens populaire Boing Boing. Hij heeft een lijstje met tips klaar voor een superachieving blog. Bij Fastcompany doen ze van copypaste.

Eens kijken hoe ik het zo doe. Op janseurinck.com (hierna ‘hier’ genoemd) en bij flandersdc.be/blog ( hierna ginder genoemd):

1. Tap into the Zeitgeist.
Zoekende m’neer. Voor hier ben ik er weer niet uit wat het wordt. Ginder weet ik het wel. Ginder wordt het een melange van GigaOm en Signal vs Noise met een scheutje 5by5 en een wolkje X, Y of Einstein. Dat zal keurig passen in de meerwaardezoek Zeitgeist van iedereen een beetje nerd. Zeker weten.

2. Be original.
Waar. Mijn regel is altijd: of je gooit twee of meer artikels door elkaar en je maakt een leuke mashup opf je draait een artikel zo binnenstebuiten dat het niet herkenbaar meer is. Nu heb ik daar een keer tegen gezondigd. Gewoon om te proberen wat het is. Het is te gemakkelijk. Ik haal geen voldoening uit het schrijven.

3. Make the connection.
Een netwerk maken rond mijn blog, ik zie dat niet snel gebeuren. Ooit heb ik het wel eens gedacht. Om een generieke domeinnaam te kopen en dan daarmee iets te gaan doen maar dan zou ik weer… Teveel gedoe allemaal. Ginder is het wel van dat. We hebben gastbloggers enzo. Mensen die dingen sturen waar ik wat mee kan. Handige dinges.

4. Get an attitude.
Het probleem ginder, is dat je toch een beetje moet oppassen. Zo overheidsgesubsidieerd enzo… Er zijn geen regels ofzo maar een politieke mening, dat gaat niet. Dat begrijpt een kind. Of een bedrijf afkraken. Gelijk welk. Hier mag ik me al een keer laten gaan. Dat doe ik te weinig. Misschien.

5. Don’t waste people’s time.
Het hier en ginder krijg ik ervan als ik een artikel zit te lezen en ik voel nattigheid. Een zin doe verkeerd draait of een lijst waarvan ik denk: dat ken ik van ergens. Vaker dan niet is het dan gewoon een vertaling van een artikel dat ik eerder in het Engels ergens heb gelezen. Hou daar nu toch eens mee op. Meerwaarde of een link. Klaar.

6. Mix it up.
Daar wil ik hier en ginder helemaal (weer) naartoe. Van tijd iets over de huiselijke werking van Flanders DC vertellen en hier eens over wat ik daar zo doe hele dagen. Iets over de podcasts die ik leuk vind en over Social Media waar ik me aan erger. Ik moet meer schrijven, ik heb die behoefte en ik moet gewoon in doosjes doen en strikken.

7. Appeal to the novelty gene.
Dat zeggen ze hé. Iets speciaal doen. Een niche vinden. Misschien moet ik die wel zoeken. Wat ginder mijn bedoeling is, valt eenvoudig uit te leggen. De beste corporate blog out there. Klaar. Voor minder wens ik niet te tekenen. Telkens nieuw en verrassend maar wat het hier moet worden, werkelijk geen idee.

8. Let feedback change you.
Gezocht: feedback. Ja, ik kijk naar jou. Wat zou deze blog voor jou moeten worden? Zeg het eens. Momenteel ben ik aan het denken richting een scripting the news verhaal maar dan met bredere onderwerpbasis. Één goed eigen stuk op de week en minstens alle dagen één ‘dat had ik zonder Jan waarschijnlijk niet gelezen stuk. Suggesties zijn welkom.

9. Think of a friend.
Wat ginder betreft: dat is duidelijk. Daar moet ik iedereen bereiken in Vlaanderen. Klaar. Zes miljoen bezoekers in een maand het onhaalbare doel. Hier weet ik het zo niet. In zekere zin is dit een corporate blog maar ook weer niet. Heb ik een doelpubliek nodig? Ja waarschijnlijk. Wie zijn jullie?

10. Keep it real.
Geen probleem. Dat lukt aardig. Al mag ik misschien soms wat vaker over gewone dingen bloggen. Over hoe ik rol en over wat me aan het tikken brengt. Het is dat ik dat zo voor de hand vind liggen soms dat ik dat niet doe…

Op de keper beschouwd ben ik gelijk nog niet zo slecht bezig. Nog wat meer bloggen denk ik soms, dat zou ik wel moeten doen. Nu mijn experiment ginder om elke werkdag van de maand een blogpostje online te hebben gelukt is, voel ik me wel confident dat dat moet lukken.

Categories
Journalistiek

Mijn kijk op reblogging en fair use

Bloggers en andere beheerders van webeigendommen mogen van de beheersvennootschap der Vlaamse krantenuitgevers Reprocopy 150 karakters van hun nieuwsberichten letterlijk overnemen.

Dat is een SMS naar uw lief zonder kussen erachteraan of een tweet die niet verstuurd geraakt. Over randvoorwaarden van die 150 hebben we het dan nog niet gehad.

In Amerika is dat allemaal anders. Daar hebben ze dat zo niet, zo’n beheersvennootschap. Dat is daar meer van gentlemen’s agreement en fair use. Een overtreding wordt dan bepaald door ‘ik weet het wanneer ik het zie’.

Dat principe stamt uit 1964 wanneer rechter Potter Stewart zei ‘ik herken porno als ik het zie’. Of er zich het volgende academiejaar meer dan wel minder studenten aangeboden hebben voor de studie rechten is mij niet bekend.

1964, dat was het jaar waarin Gigliola Cinquetti het eurosongfestival won met Non ho l’età en Lyndon Johnson en Leonid Brezjnev de koude oorlog niet uitvochten. Dit is 2011 en nu is er het internet en de Huffington Post die centen verdient met teveel te kopiëren en de Huffington Post, dat is het topje van de ijsberg.

Want rebloggen is in. Je ziet wat, dat is interessant, je pleurt het op je eigenste blog, legt even snel een linkje en klaar is kees. Je noemt jezelf content curator en de zaak is opgelost. Gebruik je een wordpress blog, dan is daar zelfs een knopje voor. Even in de browser selecteren wat je wil, klik en hup, je hebt weer een blogpost erbij.

De wolk van kennis wordt mist. Oorsprong onbekend. Een oneindig spoor van waterdruppels. Elke stap een verdubbeling. Onzichtbaar door de veelheid. Het internet als herhaling van zichzelf. De bron nauwelijks te achterhalen.

Je kan dan schermen met ‘everything is a remix‘, het probleem is dat dat vaak zelfs teveel moeite gevraagd is. Het is de remix van een trouwfeestendj. Plaatje. Plaatje. Plaatje. Greatest hits en… vermenigvuldigen! Het curationgedeelte bestaat er dan uit om de voorpagina van Stumbleupon, Delicious of Reddit te skimmen op interessante content. On brand. Uiteraard. Knappe titel. Google juice.

Dan gaat het al lang niet meer over ‘ik lees veel en terwijl ik dan toch bezig ben, kan ik daar zowel nog wat mensen een plezier mee doen’. Dan gaat het in het beste geval om naïviteit. Opportunisme laat zich vermoeden.

Nu kan ik me voorstellen dat ze ook bij Reprocopy de soep niet zo heet drinken als ze wordt geserveerd, toch stel ik me vragen bij dat soort strikte regels van linken verwijderen en bronnen vermelden met de drie namen gods.

Zouden we niet beter af zijn met het Amerikaanse systeem waarin een blogger zich gepakt voelt, dat schrijft en dat daaruit een soort impliciete regelgeving ontstaat?

Moeten we niet naar het systeem van ‘do what you do best and link to the rest’? Als gentlemen’s agreement? Of is het de heerschappij van de nummers? Het bekeken worden. Meer en veel. Liever dan goed bevonden worden. De angst voor het slechte idee. Beter goed gestolen dan slecht bedacht.

Zouden we niet beter af zijn met een positief systeem waarbij mensen trots scheppen in het vervaardigen van eigen stukjes of het nu remixen in de woordelijke wijs zijn of beelden of mashups of infografische interpretaties van een studie?

Flickr cc foto van 917press 

Categories
Uncategorized

Autotweets are not a crime

Toen op die twunch zat ik bij Bruno. Die van de social media monitor enzo. Het gesprek kwam al eens op twitter en hoe we dat gebruiken en wat de VRT en de gazetten daarmee doen en of we het dat nu een goede zaak moeten vinden of niet.

Waarop Bruno er op een zeker moment uitflapt: “jij programmeert toch al je tweets”… Kuch. Ahum. Slik. Hij bedoelde het niet helemaal zo maar ik moest dat toch eens verduidelijken.

Er was eens een Barcamp in Antwerpen (er komt er binnenkort weer een trouwens) en daar heb ik dat gezegd. Plein public. Dat ik tweets programmeer. Het is niet de eerste vraag die ik daarover krijg. Het is de enige vraag die de mensen mij stellen over die presentatie toen. Het lijkt een beetje vies. Zelf heb ik er geen probleem mee.

Dat zit zo: ik probeer mijn RSS-feeds in één trok door te maken. Onder de dag heb ik een beperkt aantal leesmomenten. Het interessante nieuws selecteer ik en stuur ik door naar mijn twittervolgers. Zelf vind ik dat leuk om te doen en ik hoop dat dit één van de redenen is waarom een groot aantal mensen mij volgt en dat ook blijft doen.

Dan programmeer ik inderdaad. Met tweetdeck. Voor de rest van de dag, de komende voormiddag, whatever. Om niet op een uur tien links te hebben en daarna radiostilte. Maar hoeveel automatisatie kan je hebben?

Ooit is daar eens een heel slecht artikel (deze link wacht op de komst van het semantische web) over geschreven dat ik wel volg. De zin “automation stops being okay when it stands out and when it detracts from the humanness of your account” is met name interessant.

Op dagen vol meetings en van hot naar her, heb ik geen automatische tweets. Als ik les geef, zal je geen posts van mij zien. Als ik een lap tekst moet schrijven, zo met deadlines en alles, dan beperk ik mijn bijdrage op twitter tot een occasionele oneliner van iets wat ik produceer of een bron ofzo of een orakeltje. Iets wat ik kwijt moet.

Mijn automatische tweets verschijnen op tijdstippen waarop ik de reacties kan zien. Wanneer ik zelf actief ben en verspreid over de dag. Op die manier hebben wij leuke gesprekken, hoef ik niet steeds tweetdeck open te hebben. Maakt mij dat minder echt? Ik denk het niet.