Categories
Technologie

Onderweg met een godin

Wie ooit het boek ‘Mythologies’ van de Franse filosoof Roland Barthes uit het gezegende jaar 1957 las, herinnert zich het hoofdstuk over de Citroën DS. Il s’agit donc d’un art humanisé, et il se peut que la Déesse marque un changement dans la mythologie automobile. Niet dat ik dat zo uit het hoofd had kunnen citeren.

Beeld: wikipedia

Dat was 1957. De wereldtentoonstelling in Brussel stond voor de deur. Er was optimisme en er was hoop. Den Duits was verslagen en van de Baltische tot de Adriatische Zee was nog geen ijzeren gordijn over het Europese continent neergedaald.

Het zijn bepaald andere tijden. De wegen zijn dichtgeslibd en van optimisme is slechts in de hoekjes van de wandelgangen sprake en dan nog in bedekte termen. Toegegeven. Ik had het moeilijk toen Citroen opnieuw een DS op de markt bracht. Ik had Barthes gelezen en ik geloofde het, van dat changement dans la mythologie automobile en aan zo’n symbool raken, het zinde me niet. Allerminst zelfs.

Tot mij daagde wat ze ermee wilden doen. Personalisering naar een hoger niveau getild. Dat je geen twee dezelfde zou zien, zo beloofde één van de eerste campagnes, herinner ik mij. In tijden dat er jaarlijks vijfhonderd rechten en economiestudenten magna cum deloitte-mini afstuderen, bepaald een verademing.

Recent mocht ik mij ook een midweek per DS verplaatsen. Een paarse cabrio DS3 met een geruit dak dat openschuift tot je de wind kan voelen blazen. Zes versnellingen en een motor die je vooruitbrengt waar je zijn moet. Mooi auto’tje vind ik het. Echt waar.

Het is zowat de enige auto uit het gamma van Citroën dat me echt kan boeien, die DS3. Als je er naar kijkt, voel je al een soort glimlach opkomen en als je er mee rijdt, zeker zo’n cabrio met open dak, dan krijg je die ook echt. Het zit allemaal in kleine details en afwerking. Je ziet dat daar tijd, energie en geld in gaat.

Als ik niet met twee kinderen de hort op moest, hij had zeker de shortlist van mijn autobeslissingsproces gehaald. Een witte. Met een magenta dak. Ik ben daar serieus over.

 

Categories
Technologie

Hoe groen is de green car of the year? De Volvo V60 plug in hybrid test

De Volvo V60 plug in hybrid is/was de ‘green car of the year 2013’. Dat vroeg om een aandetandvoeling. De eerste diesel plugin hybrid, vertellen ze daar bij Volvo graag bij. Wat heet: je kan dat ding dus opladen om 50 km elektrisch te rijden en verder is dat dus een dieselhybride.

1,8 liter diesel per honderd kilometer, zo staat het in de officiële brochure. Dat alles in een superveilige break met 283 gecumuleerde PK’s die op 6,1 seconden van nul naar 100 gaat. Dat gecumuleerd, dat komt dus door de samenwerkende vennootschap die gesloten wordt tussen de voor- (diesel) en achter(elektro)wielaandrijving.

Sedert de klacht over de Renault die teveel verbruikte, weten we dat de tests waar ze zo’n auto’s aan onderwerpen totaal verouderd zijn en het dunkt me dat ze zeer in het voordeel van plugin hybrides zijn.

Het gemiddelde verbruik was, toen ik ‘m aankreeg 6,8 liter per 100. Zelf haalde ik 6,6. Gebruikelijke tests inclusief. Snel optrekken, superzuinig proberen rijden, stad, platteland, autostrade, steenweg. Opladen, afladen. Laat ons stellen dat ik vooral vlot rijdende autostrade deed, wat niet in het voordeel speelt, maar toch.

Omdat die twee motoren samenwerken, zit er iets vreemd aan het rijgedrag van de auto. Niet in het minst bij het (snel) optrekken. De Audi 8L en de BMW i3 waren niet min in de optrekbranche, met 5,5 en 7,2 seconden van 0 tot 100 omringen ze de V60 met zijn 6,1 heel aardig. Op één of andere manier zijn ze er bij Volvo in geslaagd dat optrekproces zo te maken dat het wat saai aanvoelt. Heel scherp weg, sterk terugvallend zo ergens rond de 64 per uur.

Verder laat de V60 zich heel vlot rijden. Je hebt power te geef en van toeters en bellenopties zit dat helemaal snor. Vooral op veiligheidsvlak. Ha ja, het is een Volvo voor iets, nietwaar?

Kleur je buiten de lijnen van je vak? Daar is een pieptoon voor. Te kort op je voorligger? Oranje LED’s lichten op in de voorruit. Variabele cruisecontrol met instelbare afstand tot de voorligger. Je vraagt je op den duur af wat je nog aan het doen bent achter het stuur en waarom de auto het niet helemaal zelf overneemt.

Dat komt waarschijnlijk door de software-hardware combinatie die het besturingssysteem (ik bedoel besturing zoals in OS) van de auto uitmaken. Hoe. Langzaam. Kan. Je. Het. Maken. Hoe onzorgvuldig ook. Dat een collega die me vorige week moest oppikken met een Volvo me maar niet kon vinden, ik kan daarin komen. Dat Volvo zelfsturende wagens heeft, het mag een wonder heten. Ik zou ze graag eens loslaten in de buurt van de IKEA in Gent.

Rest ons de vraag is: hoe groen is deze V60? De D6 dieselmotorisatie (bij Volvo tellen ze van D2 tot D6 waarbij D6 de grootste motor is) geeft een indicatie van wat de bedoeling van de auto is. De wagen is volgens mij helemaal niet bedoeld om groen te zijn.

Een auto met de veiligheid van een Volvo, de trekkracht van een Porsche en het rijplezier van een BMW, zo omschreef @gelerobbie het, die er zelf één heeft. Ik kan daar in komen. Misschien geen GT3 meets M6 maar ik begrijp wel waarom hij het een aardige rijbak vindt.

Aan het eind van het weekend liet ik me ontvallen dat ik ‘m wilde houden. Een break, dat kunnen wij gezinsgewijs wel gebruiken en als ik een oplaadstation zou kunnen voorzien aan ons nieuwe bouwwerk, dan zou ik elke dag zonder één gram CO2 van en naar het werk kunnen bollen én ik zou er naar de familie in West-Vlaanderen mee kunnen.

Helaas lezen ze hun engagorstreams bij Volvo niet op zondag dus heb ik ‘m moeten teruggeven.  

Op naar de volgende test. Benieuwd wat het wordt? Daar is de RSS-feed voor of je kan een like geven hier

 

Categories
Technologie

De Lexus IS 300h test: totale controle?

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”” md_text_title_separator=”no”]Als je mij had gevraagd wat mijn favoriete autospotje van het laatste jaar is, ik zou je meteen dit aanbevolen hebben:

Komt alom, de wereld van een blogger kan rare wendingen nemen: een weekend lang heb ik met zo’n IS 300h rondgetoerd. Boskabout had me over de sportiviteit verteld. Groene jongen ik, maar ook een beetje, ja, soms, zwak. Hybride las ik en ‘totale controle’ vertelde mij de reclamespot.

Of ik wel eens hybride had gereden, vroeg de man achter de balie bij het ophalen. Dat had ik wel eens. Toyota Prius, daar had de Vlaamse overheid er een paar van staan. De Priussen waren niet erg in trek maar ik vond het wel aardig rijden.

Is er wat speciaals, dat ik moet weten, vroeg ik nog. De man van Lexus schatte in dat ik waarschijnlijk liever zelf zou gaan ontdekken. Zulks was het geval.

De IS 300h is een vreemde auto. Het is enerzijds die sportieve sedan waar hij voor verkocht wordt. Er is dat ecologische aspect met die hybride. Er is de controle en er is de hoek af. Flappy Paddles heeft ‘m bijvoorbeeld. Op een automatisch geschakelde hybride? Ja, op een automatisch geschakelde hybride. Gewoon. Omdat het kan.

Na het weekend was ik er niet helemaal uit wat de auto nu net is en dat is denk ik wel een beetje het leuke aan het ding. Draai de knop op eco en je rijgedrag krijgt een rustiger elan. Controle, weet je wel. Draai diezelfde knop een kwart naar rechts, duw op dat gaspedaal en je kan… euhm… hoe zal ik het zeggen, wat sneller en wat… tja, vinniger. Controle, ja. Totaal? Misschien, ik heb niet heel hard durven doorduwen.

Wat me opviel aan de IS 300h, waren veel knopjes. In een tijd dat je je smarthone bedient zonder (of met zeer weinig), is dat een beetje vreemd. Soms wat onnuttig ook. Er is een controller om het centrale scherm te bedienen en een knop om de stand van sport naar eco naar normaal te zetten, dat had gerust dezelfde knop kunnen zijn, leek me. Ook de radio is werkelijk een knoppenparadijs. Misschien zijn er mensen doe voor dat geld ook veel knoppen willen, ik heb daar niet zo’n kijk op.

We zijn naar Brugge en Kortemark geweest tijdens het weekend. File gehad. In stad gereden, autostrade, platteland. Soms eens op het gaspedaal geduwd om te voelen wat het ding vermocht, ik wil daar niet flauw over doen. Dat doe je als je zoiets hebt. Gemengd verbruik: 6,5 liter.

De Lexus is niet goedkoop. Een slordige €45.000 voor de versie waar ik mee mocht toeren. De prijs voor een luxehybridewagen, zou ik denken. Ik heb niet genoeg zicht op wat Mercedes of BMW daar tegenover zouden zetten maar ik vond het wel fijn rijden.

Ook zoonlief was enthousiast. Hij had het over een ‘sjieke auto’. Het moet inderdaad het meest luxueuze model geweest zijn waar vader mee heeft mogen bollen. Hij had als volgende testauto graag zo één met deuren die omhoog open gaan. Dat heeft hij bij oma gezien… (in schaalmodel).

Dat. Of een mini.[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Categories
Communicatie Journalistiek Maatschappij

Tesla, the New York Times and the levelling of the media playing field

In a very real sense, everyone is a media entity of some kind now. That doesn’t mean someone with a few hundred followers on Twitter is the equivalent of the New York Times, but it does mean that a large corporation like Tesla Motors is on a much more level playing field with the newspaper than it would ever have been before.

Interessant verhaal, die hele discussie tussen New York Times en Tesla. Niet in het minst om de reden die Matthew Ingram beschrijft. Every company is a media company.

Categories
Technologie

De Samsung Galaxy SIII gereviewed met een digital native

Mijn Galaxy Nexus is gevallen en het raampje is stuk. Die ga ik laten herstellen. Om de pijn even te verzachten kreeg ik van de mensen van Samsung een Galaxy SIII te leen.

Omdat jullie mijn mening al beu gelezen zijn, duwde ik de GSM in de handen van een digital native. Enfin, het is te zeggen, de telefoon lag iets de dicht bij de rand van de tafel en ineens zag ik hem ermee rondlopen. Nood. Deugd. Een interview. Of zoiets.

Ik: J, dat is papa’s telefoon, leg die terug op tafel
J: Nee, papa, mijn telefoon

Inmiddels heeft de uk het ding ontgrendeld en even daarvoor had ik nog een foto genomen. Al die zever van ‘iOS is zo gemakkelijk, een kind kan ermee overweg’, het is misschien iets genetisch maar J heeft daar nooit veel problemen mee gehad, met Android.

J: Grote telefoon hè?
Ik: Dat is een grote telefoon J, 4,8 inch. Papa had vorig jaar een grotere telefoon, de Galaxy Note maar deze is ook groot.
J: Mooie telefoon hè?
Ik: Inderdaad, J, dat vindt papa ook, een helder scherm zonder de typische Samsungkleuren en ook het hardware design is goed gedaan. Zeker deze witte vind ik wel fijn, bestaat ook in het zwart en nog wat andere kleuren ook geloof ik.
J: Niet zwaar hè?
Ik: Inderdaad J, het is een heel dunne telefoon en niet zwaar. Groot verschil met de iPhone vind ik, die ondanks het kleinere formaat toch wat zwaarder en lomper is altijd.

De foto-app is inmiddels bovengetoverd. Het had net zo goed wat anders kunnen zijn, for the sake of a review echter: een godsgeschenk.

J: J foto trekken!
Ik: Neem maar een foto J, mooie foto nemen hè, dat die productmanager bij Samsung niet moet zagen van ‘waarom heb ik daar een 8MP ding ingeduwd, de mensen kunnen toch geen deftige foto’s nemen’.
J: J mooie foto trekken hè?
Ik: Doe maar J en als je op dit knopje drukt kan je J trekken. Als je hier drukt, kan je een filmpje maken in Full HD.
J: J niet filmpje maken!

Klik!

Ik: Ga je de telefoon terug op tafel leggen?
J: J niet telefoon tafel leggen!

Dat begrijp ik. Vandaag moet ik de telefoon ook afgeven aan een koerier en het moet gezegd dat ik het best een goed toestel heb gevonden. Zo snel als wat, aan de specs zal het niet gelegen hebben.

De multimediatoepassingen zijn, we zeggen dat gelijk het is, dik in orde. Met gezichtsherkenning in de foto-app en filmpjes en foto’s tegelijk maken. Met bellen door je telefoon tegen je kop te drukken. Met toeters en  bellen aan alle multimediakanten. Puik werk daar.

J: Oei!
Ik: Wat?!
J: Telefoon uitgedaan!
Ik: Toon eens?

Op dat moment begint de telefoon te spreken. Het is S-talk, de Samsung-versie van Siri die niet meteen had begrepen wat J nu eigenlijk wou vragen. Hilariteit alom natuurlijk.

J: Telefoon vertellen!
Ik: Inderdaad J, de telefoon kan ook een beetje vertellen. Zeg maar iets.
J: Gek hè?
Ik: Dat is gek. Het is meer een gimmick denkt papa, in de praktijk gaat niemand dat gebruiken of het moest in de auto zijn als je iemand wil bellen ofzo.

Ach ik begrijp dat, de S3, dat is de nummertjesmachine van Samsung. Uitgekomen vlak voor de iPhone5 en grote roerganger van de Galaxy-reeks. Dan wil je dat daar hogere nummertjes staan, Samsung zijnde, dan wil je op softwarevlak geen halve millimeter achterlopen op Apple.

Inmiddels is ook de attention span van J op zijn einde gelopen. Dat is jammer want ik wou hem nog vertellen over Touchwiz van Samsung, dat ik dat toch eigenlijk niet zo’n meerwaarde vind hebben voor Android (Jellybean trouwens tegenwoordig), dat HTC dat met zijn Sense toch beter doet. Dat de pure Android van Google eigenlijk ook al veel bevat. Dat kan ik echter niet meer vertellen.

De trekhelikopter de volledige aandacht gekregen. De S3 is op de kindertafel geland. Wie ben ik?

Categories
Communicatie

Replying to App Store reviews

Interessant artikel van Matt Gemmell hoe hij omgaat/vindt dat developpers zouden moeten omgaan met reviews van appstore-gebruikers. Heel veel van zijn aanbevelingen zijn meteen over te nemen naar andere vormen van community management (ik was mijn mond met zeep nadat ik dit woord heb uitgesproken). Haters gonna hate en alles kan altijd beter. Lees het artikel en vertaal. Het is nuttig voor iedereen die actiever dan gemiddeld is op het internet.

Categories
Uncategorized

Generation Connect: (g)een aanval van Proximus op Mobile Vikings

Proximus heeft de aanval ingezet op Mobile Vikings met een dienst gericht op data. Zo klonk het. Aanvankelijk. Meer nog dan een aanval op Mobile Vikings lijkt het me een versterkte dijk tegen de noormannen en een aanval op mobistar en BASE. Hier volgt mijn redenering.

Generation connect, dat is 2GB aan data, SMS’en aan honderd in het uur (al laat ik me vertellen dat jongeren er vandaag de dag wat van kunnen) en dus met 2000 per maand maar net of net niet rond zullen komen. Kunnen ze nog 80 minuten bellen ook.

Op zich een vergelijkbaar aanbod met de vikings maar € 5 duurder. Sneller netwerk wordt in het verschiet gesteld. Wat ook in het verschiet werd gesteld is dat het bij 5000 klanten zou ophouden. Schaarstemarketing noemen we dat, niets van aan trekken.

Een test dan maar. Gedurende een korte periode had ik het Generation connect kaartje samen met een BASE-sim. Daarmee kon ik behoorlijk vergelijken.

De plek waar ik vooral om internet, een snel netwerk en andere first world dingen verlegen zit, is de trein. Mijn kantoren (Flanders DC, Aspace, mijn terras) hebben net als mijn huis WiFi, ik frequenteer niet zo heel vaak de horeca en als ik ze bezoek is mijn koffie belangrijker dan de kwaliteit van mijn telefoonverbinding. De dagen dat ik mij buiten de stad begeef zijn jammergenoeg uit het hoofd te tellen.

Op de trein dus. Tussen Leuven en Antwerpen. Niet de beste omstandigheid voor een test maar ook niet voor het Proximusnetwerk, zo blijkt. Er was mij gewaarschuwd dat een test in mobiele omstandigheden het beeld wat zou vertekenen en dat doet het ook.

Die 3G dekking op een trein wil al eens tegenslaan wegens interferentie met andere signalen en da, gaat zo’n netwerk over naar 2G en terug naar 3G. Je hoeft daar geen last van te hebben maar erg batterijvriendelijk is dat allemaal niet.

Daarenboven lijkt Proximus wel een degelijk 3G netwerk te hebben maar via BASE (ook het netwerk van de Mobile Vikings) kwam ik minder tot de vaststelling dat het echt vast zat. Wel is er een kritieke plek voor mobiel internet, ergens tussen Mechelen Nekkerspoel en Haacht. Op dat stuk weigert BASE dienst. Dat had ik niet met Proximus.

De treintest is niet van dien aard dat ik spontaan zou zijn gaan overstappen als ik Mobile Vikings gebruiker zou zijn. Het aanbod is €5 duurder en als je al een abonnement hebt bij Proximus moet je dat opzeggen en Generetion Connect worden (zo’n mobiel abonnement dat word je op één of andere manier altijd). Enfin. Niet dat je het voor je eigen -ik zit al bij proximus dus- gemak moet doen. Daarom dat ik ook stel: dit is veel meer de tactiek van de verschroeide aarde voor de Vikings en een visje gooien naar de dataklanten van BASE en Mobistar.

Over die klantenservice bij de Vikings is al een pak geschreven. U kent de verhalen. Ik stuur die gasten een twitterbericht dat ik op het Creativity World Forum zonder mobiel internet zit, zij brengen mij een kaartje, ook al ben ik geen klant. Met de dienst naverkoop van Proximus heb ik geen ervaringen. Mijn collega Jan B daarentegen, zou daar een blog over kunnen beginnen. Ik hou het op de dienst voorverkoop.

Categories
Technologie

Spotify en de nieuwe muziekevolutie

[vc_row][vc_column width=”2/12″ css=”.vc_column-inner.md_col-5a048daf157fc{padding-right:0px!important;}” padding_right=”0″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”pixflow_base64IA==” md_text_title_separator=”no”]Spotify kende ik enkel van de verhalen die Amerikaanse podcasters en enkele Belgische techneuten die proxy’s opzetten mij vertelden. Over hun twijfel tussen Spotify en Rdio en MOG en Pandora en ik hoorde half 2011 van We7 wat door een aantal mijner blogcollega’s werd getest.

Streaming muziek is sedert 2011 ook in België het nieuwe zwart. Fact. Kanshebber om volgend jaar product van het jaar te worden misschien? Er is eigenlijk maar één test die er bij zo’n muziekservice toe doet na het eenvoudige feit of het werkt, dat is ‘hebben ze de muziek die ik wil’. Dat kon bij mij wel eens tegenvallen had ik zo het gevoel. Dat deed het niet.

Mijn smaak voor muziek is van het eclectische type om het maar eens aardig te zeggen. Op een dag wil ik wel eens naar Mozart en Drum’n’bass luisteren. Een andere dag doe ik wild op The Prodigy en af en toe mag het voor mij al eens Stockhausen of Penderecki zijn. Komt allom, als ik al die CD’s had moeten kopen, dan was ik een bom geld kwijt geweest. Illegaal downloaden, daar ben ik dan weer tegen. Wat een gedoe ook. Lijkt het mij dat ik de doelgroep van Spotify zowat ben.  

Al bij al is mijn smaak redelijk mainstream maar toch breed genoeg om een risico op niet-beschikbaarheid te vertonen. Dat bleek dus niet het geval. Nee, The Beatles zijn er niet en van Led Zeppelin vind je alleen coverbands. Dat is jammer en mogelijks wordt dat ooit verholpen maar misschien ook niet. Ik kan daar voor 10 euro in de maand voor een premium account mee leven.

De reclame die je bij een gratis account geleverd krijgt vind ik echt niet te harden. Dat je een Facebookaccount moet, wil je van de dienst gebruik maken, is misschien jammer maar het maakt allemaal wel deel uit van een uitgekiend business model heb ik de indruk. Elke play is immers een potentiële reclamespot, elke playlist die door iemand gedeeld wordt een infomercial geproduceerd door gebruikers.

Steve Jobs heeft de CD in mootjes gehakt en is begonnen met het verkopen van liedjes per stuk, zo wil het de legende. Spotify en vergelijkbare diensten zijn een nieuwe (re)volutie. Zelf hou ik wel van de controle om een CD te spelen zoals die door de artiest is bepaald. Anderen zullen houden van de playlists die door deze of gene worden samengesteld.

Tijdens Tech45 merkte Davy terecht op dat de sociale weerhaken die de playlists zijn een niet te onderschatten rol zullen spelen. De toekomst zal uitwijzen welke richting het met de muziek uitgaat maar het moet gezegd, voor mij is dit een serieuze vooruitgang.

Disclaimer: ik kreeg voor deze test een maand gratis premium spotify ter beschikking.[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Categories
Uncategorized

De Nokia E7 en Symbian Anna

Een tijd geleden kreeg ik de vreemdste aanvraag van een mobieletoestelbouwer ooit. Of ik een Nokia E7 wilde testen. Enig Googelen leerde mij dat de E7 drie kwartaal oud is en over een toetsenbord beschikt. Euhm, tja, geen idee wat dat geeft zo symbian maar een toetsenbord, dat mis ik al langer.

Intussen is de maand verstreken en is er duidelijkheid. Dat toestel kwam mijn richting uit omdat Symbian Anna werd gelanceerd, waarna de volgende versie, Symbian Belle, gedurende korte tijd en ‘geheel per ongeluk’ enige tijd online bleek te staan.

Over de E7 kan ik kort zijn: dat is één van de beste toestellen die ik ooit in mijn handen gehad heb. Echt. Degelijk in opbouw, ligt degelijk in de hand, geen scherm om van achterover te vallen maar kom, dat lukt wel, een 8MP camera met een flash die licht geeft en alles. Een batterijtijd die een mens meer dan de dag brengt, al kan dat ook met verminderd gebruik te maken hebben.

Dan komt de maar. Symbian. Ook na de update. Je hebt het gevoel dat je met een Ferrari rijdt waar de motor van een BMW 3-reeks is ingezet. Je komt razendsnel aan de grenzen van het OS te staan terwijl je het gevoel hebt dat er meer in moet zitten.

Dat Nokia een grote gebruikersgroep heeft die niet meteen staat te springen om grote veranderingen en dat zelfs de verandering van iconen enige weerstand oproept, ik wil dat allemaal wel geloven en in zekere zin misschien ook nog wel begrijpen maar soms is het nodig van klant te veranderen voor de klant van merk verandert.

Want die klanten hebben collega’s en vrienden met Android en Blackberry en iOS toestellen waarbij het besturingssysteem niet in de weg van de hardware gaat zitten, hoe snel of hoe traag die ook is.

De veranderingen van Anna tegenover Symbian^3 zijn niet wat je noemt spectaculair. De genoemde nieuwe iconen en een nieuwe browser, de vorige was zelfs voor mijn Nokia-gebruikende collega niet erg bruikbaar (aka it wasn’t me).

Ook aan de kaarten (nog steeds één van dé verkoopsargumenten die Nokiagebruikers overtuigen) is gesleuteld. Het toetsenbord in portrait toont nu ook een full-mode keyboard. Iets wat je van een toestel met keyboard zoals de E7 eigenlijk standaard verwacht.

Het grootste gebrek van Symbian zijn echter de apps. Ook met de nieuwe Anna-update. De ingebouwde apps schieten schromelijk tekort (de twitterapp heeft bijvoorbeeld geen retweet-functie), ook wat third party apps betreft zit je op je honger. Mijn must-have app evernote is afwezig, een hipsterfotomaker-met-achterliggende-dienst (cfr instagram of picplz) heb ik niet meteen kunnen vinden.

Er is een market, bij Nokia heet die OVI, daar vindt je best wel wat apps. Ook daar is een maar. Dé social networking tool heet Gravity maakt je VISA-kaart € 10 lichter. It’s the economy, stupid. Geen volume kunnen draaien en dus hogere prijzen.

Intussen doemen de geruchten over Symbian op en die zijn niet geruststellend. Nokia gaat Windows Phone toestellen maken en Symbian zal waarschijnlijk vooral voor de bestaande userbase worden aangehouden.

De neerwaartse spiraal dreigt. Zonder nieuwe instroom zal Symbian het niet redden. Geen gebruikers is geen apps is geen gebruikers, vrees ik. Vrees ik, want op zich voel je dat er potentieel in het systeem zit.

Alleen moeten er wat radicalere keuzes worden gemaakt en als je daar bestaande gebruikers mee op de tenen trapt, so be it. Naar een andere bouwer van Symbian toestellen zullen ze niet meer overstappen, Nokia is de laatste die het bastion houdt.

De E7 is mijn eerste langere-termijn-testtoestel, wat betekent dat ik het waarschijnlijk tot na de Belle-update op zak zal hebben. Ik ben benieuwd wat die jongedame mij zal brengen.

Categories
Uncategorized

Blackberry Playbook en Torch 9800 getest

In april 2010 kocht Blackberry het besturingssysteem QNX. Om een tablet mee te maken, zo bleek begin 2011. Het ding zou de Playbook gaan heten en ondanks die naam de zakelijke markt targetten.

Van de mensen van Blackberry mocht ik er eentje testen. Als ik er ook een smartphone wilde bijnemen? De 9800 Torch? Jazeker.

Dat toestel draait dan weer Blackberry OS 6 en dat is de nieuwe versie van het oude OS van Blackberry en dat van dat tablet-smartphone duo wordt daardoor ook verklaard.

Het softwareprobleem (en een oplossing?)

De playbook heeft immers een probleem. Er zijn geen apps voor. Enfin, er zijn apps voor, niet veel en ook niet de apps die je wil.

Waar de Torch ook nog eens schittert met enkele serieus goeie ingebouwde apps (mail, twitter, facebook, youtube) en de klassiekers onder de third party apps (evernote, foursquare) blijken die voor QNX niet beschikbaar te zijn.

Wat meer is, wil je kunnen mailen, dan moet je de zogenaamde blackberry bridge gebruiken. Dan leg je de Blackberry torch op de salontafel, je doet hocus pocus met wat knopjes en hups, je kan de BB OS apps van je telefoon op je tablet gaan gebruiken.

Op zich is dat best awesome. Alleen hadden de ingenieurs die dat stukje spitstechnologie in elkaar hebben geduwd beter wat apps geschreven voor het QNX OS.

Blackberry kondigde intussen aan dat hun toekomstige QNX toestellen Android Apps gaan draaien. Ook daar zal aardig wat productie in gegaan zijn mag je veronderstellen. Zo crossplatform, dat gaat niet vanzelf. Je vraagt je af of zoveel ongeloof in het openbreken van zo’n eigen besturingssysteem wel gezond is.

Hardware

De Playbook is een 7 inch tablet, mijn versie had 16 GB geheugen, er is een versie met 32 en één van 64 beschikbaar. WiFi only voorlopig. Er is sprake van een 3G versie maar ik heb die in ons land niet meteen kunnen vinden.

Het meest opvallende is de UI. Waar je gewoon bent een touchscreen te gebruiken, krijg je er nu ook de randen bij. Swypen levert je heel vlot de volgende multitaskende app, van boven naar beneden om te sluiten, onder naar boven brengt je naar de home, vanuit de hoeken doe je weer iets anders. Het is even wennen maar eens je het onder de knie hebt, is het volstrekt logisch.

De 1 GHz processor en 1 GB RAM zorgen ervoor dat er vlot gemultitaskt kan worden en geblackberrybridged. Het scherm is meer dan behoorlijk, de camera’s vallen vooral wat de snelheid van beeldjes schieten wat tegen.

Voor € 479 kom je met 16 GB de winkel buiten, voor 32 betaal je € 579, 64 koop je voor € 689. Kiezen tussen de playbook en de iPad 2 wordt daarmee erg makkelijk gemaakt.

De torchtest

Wat bedoeld was als een Playbooktest werd uiteindelijk vooral Torchtest (wat een tongbreker, torchtest). Het was mijn eerste kennismaking met hun toestellen in een gebruikerservaring en het moet gezegd, ik zou het snel gewoon kunnen worden. Hardwarematig heel erg goed en ook het OS is aardig.

Het uitklapbare toetsenbord, vaste lezers of luisteraars van tech45 moet ik dat al niet meer vertellen, ik vind dat toch een groot gemak. De wat rubberig voelende achterkant zorgt voor een vaste grip en de Blackberrytechnologie, je voelt gewoon dat dat degelijk gerief is.

Google apps en andere gmail accounts worden goed ondersteund waardoor ik me dan weer op mijn gemak voelde en contacten en agenda’s en mails syncten dat het een lieve lust was.

Zozeer dat ik begrijp waar de Blackberryverslaving van Yves vandaan komt. Dat lampje licht op. Bovenaan het toestel. In wel vier kleuren. Om berichten van allerlei aard aan te kondigen.

Een van de aangenamere verrassingen deze 9800 Torch en voor € 479 te koop in de bekendere online smartphonewinkel.

Categories
Technologie

De HTC flyer: like

Ruilhandel doen met de pakjesdienst, dat vind ik wel fijn. Telefoon uit, tablet in. Zo verleer je het niet zo snel. Nu kwam er een HTC flyer mijn richting uit. Kort samengevat: een 7 inch tablet op Android 2.3. Zodra de HTC Sense laag daar klaar voor is, komt 3.0 eraan.

Het meest opvallende is misschien nog het bijgeleverde stiftje. Daarmee kan je tekenen en schrijven op het scherm. Als je Steffest heet zijn dat echt tekeningen. Heet je Jan Seurinck, dan ben je al lang blij dat je pijlen en ovalen er strak uitzien. Werken doet het wel en je gebruikt het ook.

Als ik (web)designer was, zou ik met plezier € 579 (de wifi only kost € 439) aan een winkel overmaken. Dan zou ik mijn voorstellen tonen aan mijn talrijke klanten en hen vragen wat ze ervan vinden. Hun opmerkingen zou ik op het scherm overbrengen om alles te onthouden.

Zelf ben ik vooral tuk op de formfactor. 7 inch past net in mijn manbag. Dankzij de 3G dinges kan ik overal mijn digitale zegje doen. Van processoren en RAM is dat ding ook niet mis bedeeld. 1,5 Ghz en 1GB om maar even aan te geven. Opslaan kan op 16 of 32GB en dan kan je daar nog zo’n microSD bij doen.

Het viel me op hoe vaak ik het dingetje opentrek zo op een dag. Een werkersdag. Zo een dag met een treinrit en werken en vergaderen en overleg en dingen bekijken enzo.

6u30: Opstaan. Voor ik het vergeet even de podcasts downloaden met behulp van Google Listen. Het is donderdag en ik mag al eens graag naar This Week in Google luisteren op de trein straks.

6u45: Ontbijt. Even wat nieuwssites bekijken. We hebben nog steeds geen regering maar er is een aardbeving geweest in Veldegem. Tien inwoners van het dorp poseren bij een brievenbus. Ik denk dat zij ‘veel mensen die de beving gevoeld hebben’ vertegenwoordigen.

7u12:

7u42: Op de trein zet ik TWiG op en begin aan een blogpost over Google+ in de Evernote App. Onderweg check ik een paar dingetjes online. Dat gaat over een 3G verbinding. Handig. Ineens is ook mijn blogpost naar de cloud vertrokken. `

De resterende tijd breng ik door met het lezen van reacties op een Google+ update over schoonheidsidealen alsook het oeuvre van mijn collega’s bloggers uit het Nederlandse taalgebied. Tweetje her of der tussendoor.

8u30: Ik arriveer bij FlandersDC. Automagisch herkent de Flyer het netwerk van het kantoor en hup, daar gaat mijn verbindingssnelheid de hoogte in.

Dan valt het wat stil. Er is een cinema display en een macbook pro en behalve om mijn real estate wat te vergroten ligt daar dan ook de Flyer en mijn telefoon. Voor als het moet.

11u56: We gaan eten. Enfin. Dat is dan de bedoeling. Ik neem de flyer mee. Ik wil wat feeds doen na het eten. Collega’s lezen dan de krant en dan heb ik ook wat. Of ik nog vijf minuutjes heb om iets te bekijken? Jazeker.

We bekijken een website. Flash en alles. Enfin. Dat werkt. Scrollen, zoomen, bladeren, dat is gelijk een echte computer hé m’neer maar dan zonder toetsenbord en met vingers als muis.

Zo’n 7 inch hou je ook al eens makkelijker in de hand om wat te tonen en aan te duiden en aan te wijzen. Vijf minuten worden een uitgebreid kwartier.

12:45: Terug aan de slag! Die feeds (ik gebruik feedly als reader app) zullen voor een andere keer zijn. Er is werk aan de winkel en deze blogpost moet leesbaar blijven. Onderweg neem ik even een foto. %%% megapixel camera.

15:30: Met een collega zit ik samen over een event. De toedoelijst is lang en op papier. Ik bedenk dat ik ze net zogoed als google doc had kunnen houden, want die app heb ik ook en had ik meteen kunnen aanpassen.

We bekijken een mobiele site. Webapp moet ik zeggen. We zien pixels. Even wat feedback noteren. Toch maar een google doc dus. De Flyer gaat het kantoor rond. Iemand vraagt of ik ‘m handig vind. Dat is het geval.

17:35 De trein terug en de rest van TWiG luisteren. Er is een stukje over patenten. Stukje over schrijven denk ik dan. Interessant verhaal. Innovatie of consolidatie?

Even de lightbox app open gedaan. Foto’s kunnen inspirerend zijn en ik mag dan al eens graag door de popularreeks van die app gaan. In de nieuws sectie krijg ik een beeld van de stand der economie. Word je ook niet vrolijk van.

21:30 Zetel in. Ik schrijf een blogpost over een toestel op dat toestel, ik haal aan dat ik blogposts schrijf in een blogpost en ik vind dat heel meta allemaal.

Conclusie: hebben! Voor onderweg. In mijn zetel wil ik 10 inch en als ik het andere merk dan toch moet noemen, voor de iPad zijn er nog steeds betere nieuwslezers met social media integratie. Dit is een heel leuk stukje technologie en de schijnbare gimmick van het schrijven op het scherm blijkt in realiteit wel te werken.

Categories
Uncategorized

De Acer Iconia W500 Tab/Net/Nobook

Twee weken geleden ruilde ik de Acer Iconia Tab A500, een android tablet in voor een Windows 7 exemplaar van dezelfde fabrikant. Een Tablet op Windows 7. Wee 500, weet je wel… Ik had mijn twijfels. Terecht. Zo blijkt. Ondanks enkele goeie punten.

De W500 komt als je dat wil met een toetsenbord en dan ziet het geheel er meer uit als een netbook dan als een tablet. Wanneer je het scherm van de usb-aansluiting loskoppelt, heb je een tablet. Althans, zo luidt de theorie.

Op de verpakking ziet het er aardig uit. Omdat daar de Clearfy media-applicatie staat afgebeeld. Wanneer het toestel opstart, krijg je echter Windows en Windows zoals je het kent. Start – Programma’s – Naar onder scrollen – Internet Explorer. Drie taps of kliks, een schuifbeweging.

Als je een franstalige Acer krijgt toegestuurd wordt dat Démarrer – Tous les programmes – Défiler vers le bas – internet explorer. Je kan dat veranderen, dat Frans, maar niet zomaar op het toestel zelf. Je hebt een cd uit de doos nodig en een externe cd-dinges en dat heb je dus niet zomaar liggen. Ik niet.

De hele windows experience is niet gemaakt voor de tablet en dat doet de hardware oneer aan. De collega’s van Aspace maakten voor mij een custom build van chrome OS. Dat maakte het toestel meteen een eind bruikbaarder. Het verhuizen van het toestel van Windows7 naar Windows Phone zou volgens mij veel eigenaars gelukkig maken. Of hopen dat de specs zullen volstaan voor windows 8.

Als netbook is de W500 best bruikbaar. Het toetsenbord is niet geniaal, de nipplemuis is niet meteen voor ongeduldige mensen maar niets wat een muis niet kan verhelpen. Probleem is dat de netbook niet meteen mobiel is. De aansluiting tussen het klavier en de tablet is een usb-aansluiting en twee verstevigende pinnen. Neem ‘m vast bij het klavier en je kan je tablet vergeten. Het ding verplaatsen doe je zoals een puzzel met de nodige omzichtigheid.

De opslagruimte van de W500 is 32GB. In theorie. De deze computer geeft een beschikbare ruimte aan van 29,7. Dat is geen exacte wetenschap naar het schijnt, nog steeds niet. Daar blijft na de installatie van Windows nog zo’n 13GB van over. Neem je er een officepakket en nog wat essentials bij en je schijfgrootte slinkt als sneeuw voor de zon. Dat is dan weer te compenseren met een SD-kaart.

Hetzelfde geldt voor de snelheid. Met 1Ghz processor en 2GB RAM zit de Iconia qua specificaties helemaal niet slecht. Windows 7 drinkt dat glas echter al voor een dermate groot stuk leeg dat er van een snelheidservaring niet bepaald sprake is. Zoveel power vraagt een behoorlijk gewicht aan batterijen en dat zorgt niet meteen voor de gewenste autonomie. Jammergenoeg.

De W500 is dan weer wel goed voorzien van poorten en oren. Enfin. Voor een tablet komt er bepaald geen slecht geluid uit, en je hebt twee usb-poorten op het keyboarddock, eentje op de tablet (niet bruikbaar als het toestel docked is) en een HDMI-poort op de tablet zelf.

Is de Iconia W500 zijn € 499 waard? Niet meteen. Is € 643 (prijs met keyboard dock) een verantwoorde uitgave voor iets wat niet echt een tablet en ook niet echt een netbook is? Niet meteen. Voor wie is ie dan bedoeld Jan? Vertel dat eens? Wel. Misschien voor bedrijven met een strikte Windows-only policy. Alhoewel daar al iPad openingen zijn gecreëerd.

De oplossing voor microsoft? Herlanceren met een tabletversie van Windows Phone (al klinkt dat contradictorisch) of snel aan de slag met dat Windows8. Acer, jullie hebben jullie best gedaan denk ik. Het design is niet waar mensen jullie voor kopen, op het dubbelen als netbook valt behoorlijk wat te zeggen.

Het is niet voldoende. In de verste verte niet. Als tablet is het niet bruikbaar. Er zijn betere netbooks op de markt. Windows is gewoon geen tabletOS.