De grenzen van het seksisme

Dat ik me zorgen maak, ik. Over het seksisme. In Brussel en in de Humo. Dat ik het lees. Overal. Dat mannen seksistisch zijn maar dat ze het niet weten. De schapen. De wolven. Dat ze verbaasd zijn. Dat sommige mannen niet alle mannen zijn en dat kammen niet altijd geschoren dienen te worden maar vaak m’neer. Te vaak.

Dan maak ik me zorgen. Dan twijfel ik. Dan zie ik een collega met een leuke jurk en dan denk ik. Eén. Drie. Tien keer. Dat is tien keer meer dan twee maand geleden. Hoe ver ligt een compliment van een belediging? Kan ik dat zeggen? Vandaag. Wat als er morgen een nieuw kledingstuk is dat haar nog beter staat? Kan het dan weer?

Geen haar op mijn hoofd dat er nog aan denkt om het nog op straat te doen. Een jaar geleden wel. Toen durfde ik een jongedame nog vragen waar ze het kleedje vandaan had want mijn vriendin, die zou het zeker ook staan en ik zou… geen haar op mijn hoofd dat verder dacht dan een compliment verpakt in een eerlijke vraag.

Vandaag is het anders. Het zit vooraan vast. Don’t be creepy om maar eens een standaardzin van mijn favoriete podcast te hanteren. Zeg maar niets. Kijk maar niet. Denk maar niet en als je het denkt, toon het dan zeker niet. Grenzen verschuiven. Na de twijfel komt de verankering. Later.