An Englishman in New York?

Stichting marketing congres. De laatste blogpost. Beloofd. Ook de belangrijkste eigenlijk. De reden waarom ik daar was ook. Tijs nodigde mij uit omdat hij wel eens wilde weten wat een niet-commerciële marketeer van zo’n event zou vinden. Eerlijk gezegd: ik had geen idee waar ik heen toog. Eerlijk: ik heb me reuze gehad.

Toegegeven, ik ben misschien niet het prototype van een niet-commercieel marketeer. Ik volg de trends op, ook al weet ik dat ik er misschien nooit budget voor zal hebben. Ik blog en twitter en facebookgroup en ik weet wie old spice is en als één van de sprekers voor de tigste keer het Nike+ verhaal afsteekt weet ik ook al welke lessen getrokken zullen worden.

Het verschil tussen niet-commerciële en commerciële marketeers is misschien niet zo groot als gedacht. Misschien is er eerder een verschil tussen marketeers mét en marketeers zonder veel interesse in het vak.

Het thema van de tweedaagse mag dan al relevantie geweest zijn, waarschijnlijk had de persoon die vertelde dat veel aanwezigen na twee dagen geknikt te hebben bij “het kan ook anders mensen” gelijk als hij inschatte dat zij op maandag nieuwe aan folders aan het schrijven zouden zijn. Misschien omdat dat moet. Misschien omdat de boodschap toch niet zo goed doorgedrongen is.

In die zin denk ik dat het experiment van Tijs niet helemaal gelukt is. Een Englishman in New York was ik niet. Hoewel. Ik sprak met mensen. Behoorlijk wat eigenlijk. Mensen uit de media en mensen uit de marketing, creatieven, strategen en account mensen.

Toen zag ik dat ik naar de oppervlakte keek. De spreekwoordelijke ijsberg. Het schaakspel dat op zo’n congres wordt geleverd. Wat er in de wandelgangen over sprekers en concurrentie wordt gezegd. Het genetwerk. De deals. Het pitchen en het aftoetsen.

Ja, ik ben op het stichting marketing congres geweest en ja, ik heb de sprekers gehoord. Ja, sommigen waren interessant terwijl anderen op automatische piloot een iets te grijze plaat opnieuw opzetten.

Maar neen, ik heb het stichting marketing congres niet gezien. Dat congres verliep onder mijn ogen maar ik kon het niet aanraken. Alsof ik naar een discussie keek tussen twee mensen in een mij volstrekt onbekende taal.

Wat mij tegenstaat aan LinkedIn

Vorig weekend was ik op het stichting marketing congres en ik heb -hou u vast- genetwerkt. Enfin. Mijn bescheiden variant daarvan. Ik heb met mensen gesproken voor wie ik potentieel iets kon betekenen. Ik heb mensen gesproken die iets kunnen betekenen voor mij. Ik heb mijn verhaal gedaan, ik heb naar verhalen geluisterd.

Ik heb gezegd dat ik niet zo’n kaartjesverdeler ben maar dat men mij gerust een kaartje mocht geven en dat ik hen dan wel zou weten te vinden. Bij mij zou het makkelijker zijn. Even googelen en je weet wie ik ben, zo vertelde ik.

Een aantal mensen voegde mij toe op LinkedIn. Dat is wat je doet met mensen met wie je genetwerkt hebt, zo neem ik aan. Zelf doe ik dat niet zo. Ik vind LinkedIn niet leuk. Een contact op LinkedIn is voor mij een entry in het dikke telefoonboek van mensen waar ik ooit contact mee heb gehad. Ik vergeet wie u bent. Dat ligt niet aan u. Dat is mijn schuld. Ik sta daarin niet alleen, zo vrees ik voor de professionele profielenboer.

Het is met LinkedIn een beetje zoals met het netwerken zelf, vrees ik. Je praat. Luistert. Kijkt. Ook over de schouder. Op zoek naar een oude bekende of een nieuwe kandidaat om de netwerkdans mee uit te voeren. Dat is geen negatief oordeel. Dat is een communicatiewet. Alles in procedures. Het is de verderzetting van het netwerken die belangrijk zou moeten zijn en die tool zit voor mij niet in Linkedin.

LinkedIn heeft een probleem. Iedereen op de site is een slechte acteur. Mannen en vrouwen in cardboard. Iedereen is succesvol. Iedereen maakt carrière. Bejubeld door ex-collega’s, aanbevolen door de stagementor, een goed woord van de baas die nog steeds achterstallig vakantiegeld moet. Werken. Druk. Alles.

Ja, er zijn groepen waar je wel eens wat kan betekenen voor iemand. Door je eigen ervaringen te delen of een tip te geven. Meestal komt de tip neer op: misschien moet je je die vraag wel eens door google halen en daar wat inspiratie rapen.

Ook op het congres was Muriel. We brachten het congres zij aan zij twitterend door. We kennen elkaar niet echt. We spraken elkaar wel eens via twitter maar als ze niet zat waar ik dacht dat ze zou zitten, ik had haar niet herkend. Wel had ik de indruk dat ik haar kende.

Het is dat wat LinkeIn mist. Je leert mensen kennen als hun beroep. Nu mag dat een groot onderdeel van je identiteit zijn, veel zeggen doet dat niet.

Net zoals het aantal connecties en aanbevelingen er op LinkedIn op enigerlei wijze toe doet. Wie zijn die mensen? Wat is je relatie ermee? Maar bovenal: wie ben jij echt, daar achter dat bordkarton. Jouw professionele merites zien er aardig uit maar heb je ook wel eens tegenslag en wat betekent dat wat jij doet voor de wereld en ben je daar wel gelukkig mee. Dat is wat mij dan interesseert.

Zolang LinkedIn mij dat niet kan vertellen, blijft het een gesloten telefoonboek waar ik nooit écht in ga kijken. Relationships matter, zo laat men mij weten. Heel zeker maar dat moet beter kunnen.