Waarom ik tegen crossposten ben (en het zelf ook doe)

Een van de hot topics dezer dagen op Google+ is het zogenaamde crossposten. Het (letterlijk) overnemen van content van het ene (sociale) medium naar het andere. Want trop is teveel en nog een nieuw netwerk waar je dingen op moet zetten, dat is teveel voor menig Corneel.

Dan wordt er naar manieren gezocht om het leven makkelijker te maken. Het eigen leven. Een desktopprogramma waar alles in een kan, een online dienst, een browserplugin. Want tijd is heilig. Onze tijd is heilig. Van alles is er genoeg maar niet van tijd.

Daar wringt het crosspostschoentje. Terwijl we zo bekommerd zitten te doen om onze tijd, vergooien we de tijd van anderen. Veel anderen soms. Een tweet lezen valt nauwelijks in tijd uit te drukken. Een fractie. Een blip. Dus mag het. Copy-paste. 2400 keer een halve seconde is wel in tijd uit te drukken.

Terwijl we verontwaardigd zitten te doen over kranten en die het zich wel erg makkelijk maken door de iPad app een doorslagje te maken van hun papieren versies gaan we zelf zitten gooien met onze media. Lezers, of het er nu veel of weinig zijn heilig voor mij.

The content of an new medium is an old medium. Alleen is nog maar de vraag wat hier het medium is. Is dat het sociale netwerk of is dat het internet? Zijn plus en facebook katernen van de grotere internetkrant? Pagina’s misschien of zijn het verschillende kranten?

Maar Jan, jij doet dat toch ook, crossposten? Ik zie jouw blogposts in mijn RSS-lezer, op Twitter, op Google+ en soms al eens op facebook. Klopt. Als het maar even kan probeer ik mijn blogposts gelezen te krijgen. Wel met respect voor het medium en lezers, volgers en vrienden en hun tijd. Dat gaat zo:

– Blog: ik heb veel te vertellen
RSS: had iedereen dat maar, hoefde ik niet te promoten
Twitter: kijk, er is een blogpost of ik heb wat kort te melden of ik heb iets interessant gelezen en ik wil dat jij dat ook leest
Facebook profiel: kijk, een blogpost waar ik me persoonlijk bij betrokken voel of ik wil iets persoonlijk vertellen
Facebook pagina: ligt stil, ik denk na over een strategie
Google+: dit is het onderwerp van mijn nieuwe blogpost, je kan ‘m lezen maar net zogoed meepraten zonder te lezen of ik heb wat interessants te melden waar ik in meer dan 140 karakters over wil discussiëren

Op die manier heb je verschillende discussies via verschillende netwerken. Het is geen perfect systeem en als ik het kan verbeteren, ik zal het niet nalaten. Voor mij is het het minst slechte.

Wat jij?

Flickr Foto Time over Toys in cc gegeven door the|G|

Het asociale leven met sociale netwerken

In Nederland is er commotie ontstaan nadat Koningin Beatrix zich negatief had uitgelaten over online sociale netwerken. Ze deed één en ander met de niet mis te verstane bewoordingen. De hele toespraak ademde sowieso al pessimisme en dat kort-door-de-bocht-gezwam deed er geen goed aan. Een citaat.

Vroeger was er vrijwel overal burenhulp en vormde nabuurschap de basis van de samenleving. Men kende elkaar. Maar de moderne mens lijkt weinig aandacht te hebben voor de naaste. Nu is men vooral met zichzelf bezig. We  zijn geneigd van de ander weg te kijken en onze ogen en oren te sluiten voor de omgeving. Tegenwoordig zijn zelfs buren soms vreemden. Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes.

Beatrix doelt natuurlijk op het feit dat vroeger, toen ik nog niet geboren was, iedereen elkaar kende in het dorp waar men toen, o zo gezellig samenwoonde. Dat iedereen wist dat de pastoor en zijn meid en de meid op haar beurt weer met de buurvrouw… de afwas deed.

Ze bedoelde dat iedereen vroeger in uitgebreide volzinnen praatte waarin met de nodige suggestie en subtiliteit werd verwoord dat Swa van Mariette van den hoek weer eens zat was geweest en dat Mariette de dag erna tegen de kast was gelopen.

Ze bedoelde dat er toen, in een tijd waarin ik nog niet was over serieuze onderwerpen werd gediscussieerd door iedereen die toen wat te zeggen had. Boeren praatten met de veearts over de mentale gezondheid van hun runderen, de cafébaas legde de sociale ongelijkheid in de dorpsstraat over de toog.

Clichédenken? Jawel. Maar met dat verschil dat ik spreek over een tijd waar ik niets over weet omdat ik die nooit heb mogen meemaken. Misschien wel omdat die ideale wereld waarin er vrijwel overal burenhulp was en nabuurschap de basis van de samenleving vormde, nooit heeft bestaan.

Het valt me op dat er veel mensen zijn die denken dat mensen die communiceren over het internet met behulp van de dingen die we sociale netwerken zijn gaan noemen, veel minder sociaal zijn. Het tegendeel is waar en daar zijn wetenschappers die dat beweren. En niet op vraag van de sociale netwerken.

Het valt me op dat velen digitale communicatie afdoen als een minderwaardige vorm van communicatie. Terwijl digitale communicatie als middel (niet als doel) er juist voor zorgt dat grenzen vervagen en dat ik vandaag iets kan vragen aan iemand in Gent, Londen of Amsterdam. Dat ik met gelijkgestemden kan gaan fietsen of een pint kan gaan pakken. Dat mensen elkaar ontmoeten die elkaar anders nooit hadden ontmoet.

Beatrix had gelijk wanneer ze vertelde dat buren soms vreemden zijn geworden. Dat zal voor haar buren zeker het geval zijn.