Categories
Technologie

Onderweg met een godin

Wie ooit het boek ‘Mythologies’ van de Franse filosoof Roland Barthes uit het gezegende jaar 1957 las, herinnert zich het hoofdstuk over de Citroën DS. Il s’agit donc d’un art humanisé, et il se peut que la Déesse marque un changement dans la mythologie automobile. Niet dat ik dat zo uit het hoofd had kunnen citeren.

Beeld: wikipedia

Dat was 1957. De wereldtentoonstelling in Brussel stond voor de deur. Er was optimisme en er was hoop. Den Duits was verslagen en van de Baltische tot de Adriatische Zee was nog geen ijzeren gordijn over het Europese continent neergedaald.

Het zijn bepaald andere tijden. De wegen zijn dichtgeslibd en van optimisme is slechts in de hoekjes van de wandelgangen sprake en dan nog in bedekte termen. Toegegeven. Ik had het moeilijk toen Citroen opnieuw een DS op de markt bracht. Ik had Barthes gelezen en ik geloofde het, van dat changement dans la mythologie automobile en aan zo’n symbool raken, het zinde me niet. Allerminst zelfs.

Tot mij daagde wat ze ermee wilden doen. Personalisering naar een hoger niveau getild. Dat je geen twee dezelfde zou zien, zo beloofde één van de eerste campagnes, herinner ik mij. In tijden dat er jaarlijks vijfhonderd rechten en economiestudenten magna cum deloitte-mini afstuderen, bepaald een verademing.

Recent mocht ik mij ook een midweek per DS verplaatsen. Een paarse cabrio DS3 met een geruit dak dat openschuift tot je de wind kan voelen blazen. Zes versnellingen en een motor die je vooruitbrengt waar je zijn moet. Mooi auto’tje vind ik het. Echt waar.

Het is zowat de enige auto uit het gamma van Citroën dat me echt kan boeien, die DS3. Als je er naar kijkt, voel je al een soort glimlach opkomen en als je er mee rijdt, zeker zo’n cabrio met open dak, dan krijg je die ook echt. Het zit allemaal in kleine details en afwerking. Je ziet dat daar tijd, energie en geld in gaat.

Als ik niet met twee kinderen de hort op moest, hij had zeker de shortlist van mijn autobeslissingsproces gehaald. Een witte. Met een magenta dak. Ik ben daar serieus over.

 

Categories
Technologie

Hoe groen is de green car of the year? De Volvo V60 plug in hybrid test

De Volvo V60 plug in hybrid is/was de ‘green car of the year 2013’. Dat vroeg om een aandetandvoeling. De eerste diesel plugin hybrid, vertellen ze daar bij Volvo graag bij. Wat heet: je kan dat ding dus opladen om 50 km elektrisch te rijden en verder is dat dus een dieselhybride.

1,8 liter diesel per honderd kilometer, zo staat het in de officiële brochure. Dat alles in een superveilige break met 283 gecumuleerde PK’s die op 6,1 seconden van nul naar 100 gaat. Dat gecumuleerd, dat komt dus door de samenwerkende vennootschap die gesloten wordt tussen de voor- (diesel) en achter(elektro)wielaandrijving.

Sedert de klacht over de Renault die teveel verbruikte, weten we dat de tests waar ze zo’n auto’s aan onderwerpen totaal verouderd zijn en het dunkt me dat ze zeer in het voordeel van plugin hybrides zijn.

Het gemiddelde verbruik was, toen ik ‘m aankreeg 6,8 liter per 100. Zelf haalde ik 6,6. Gebruikelijke tests inclusief. Snel optrekken, superzuinig proberen rijden, stad, platteland, autostrade, steenweg. Opladen, afladen. Laat ons stellen dat ik vooral vlot rijdende autostrade deed, wat niet in het voordeel speelt, maar toch.

Omdat die twee motoren samenwerken, zit er iets vreemd aan het rijgedrag van de auto. Niet in het minst bij het (snel) optrekken. De Audi 8L en de BMW i3 waren niet min in de optrekbranche, met 5,5 en 7,2 seconden van 0 tot 100 omringen ze de V60 met zijn 6,1 heel aardig. Op één of andere manier zijn ze er bij Volvo in geslaagd dat optrekproces zo te maken dat het wat saai aanvoelt. Heel scherp weg, sterk terugvallend zo ergens rond de 64 per uur.

Verder laat de V60 zich heel vlot rijden. Je hebt power te geef en van toeters en bellenopties zit dat helemaal snor. Vooral op veiligheidsvlak. Ha ja, het is een Volvo voor iets, nietwaar?

Kleur je buiten de lijnen van je vak? Daar is een pieptoon voor. Te kort op je voorligger? Oranje LED’s lichten op in de voorruit. Variabele cruisecontrol met instelbare afstand tot de voorligger. Je vraagt je op den duur af wat je nog aan het doen bent achter het stuur en waarom de auto het niet helemaal zelf overneemt.

Dat komt waarschijnlijk door de software-hardware combinatie die het besturingssysteem (ik bedoel besturing zoals in OS) van de auto uitmaken. Hoe. Langzaam. Kan. Je. Het. Maken. Hoe onzorgvuldig ook. Dat een collega die me vorige week moest oppikken met een Volvo me maar niet kon vinden, ik kan daarin komen. Dat Volvo zelfsturende wagens heeft, het mag een wonder heten. Ik zou ze graag eens loslaten in de buurt van de IKEA in Gent.

Rest ons de vraag is: hoe groen is deze V60? De D6 dieselmotorisatie (bij Volvo tellen ze van D2 tot D6 waarbij D6 de grootste motor is) geeft een indicatie van wat de bedoeling van de auto is. De wagen is volgens mij helemaal niet bedoeld om groen te zijn.

Een auto met de veiligheid van een Volvo, de trekkracht van een Porsche en het rijplezier van een BMW, zo omschreef @gelerobbie het, die er zelf één heeft. Ik kan daar in komen. Misschien geen GT3 meets M6 maar ik begrijp wel waarom hij het een aardige rijbak vindt.

Aan het eind van het weekend liet ik me ontvallen dat ik ‘m wilde houden. Een break, dat kunnen wij gezinsgewijs wel gebruiken en als ik een oplaadstation zou kunnen voorzien aan ons nieuwe bouwwerk, dan zou ik elke dag zonder één gram CO2 van en naar het werk kunnen bollen én ik zou er naar de familie in West-Vlaanderen mee kunnen.

Helaas lezen ze hun engagorstreams bij Volvo niet op zondag dus heb ik ‘m moeten teruggeven.  

Op naar de volgende test. Benieuwd wat het wordt? Daar is de RSS-feed voor of je kan een like geven hier

 

Categories
Technologie

De Lexus IS 300h test: totale controle?

[vc_row][vc_column width=”2/12″][/vc_column][vc_column width=”8/12″][md_text md_text_title1=”” md_text_title_separator=”no”]Als je mij had gevraagd wat mijn favoriete autospotje van het laatste jaar is, ik zou je meteen dit aanbevolen hebben:

Komt alom, de wereld van een blogger kan rare wendingen nemen: een weekend lang heb ik met zo’n IS 300h rondgetoerd. Boskabout had me over de sportiviteit verteld. Groene jongen ik, maar ook een beetje, ja, soms, zwak. Hybride las ik en ‘totale controle’ vertelde mij de reclamespot.

Of ik wel eens hybride had gereden, vroeg de man achter de balie bij het ophalen. Dat had ik wel eens. Toyota Prius, daar had de Vlaamse overheid er een paar van staan. De Priussen waren niet erg in trek maar ik vond het wel aardig rijden.

Is er wat speciaals, dat ik moet weten, vroeg ik nog. De man van Lexus schatte in dat ik waarschijnlijk liever zelf zou gaan ontdekken. Zulks was het geval.

De IS 300h is een vreemde auto. Het is enerzijds die sportieve sedan waar hij voor verkocht wordt. Er is dat ecologische aspect met die hybride. Er is de controle en er is de hoek af. Flappy Paddles heeft ‘m bijvoorbeeld. Op een automatisch geschakelde hybride? Ja, op een automatisch geschakelde hybride. Gewoon. Omdat het kan.

Na het weekend was ik er niet helemaal uit wat de auto nu net is en dat is denk ik wel een beetje het leuke aan het ding. Draai de knop op eco en je rijgedrag krijgt een rustiger elan. Controle, weet je wel. Draai diezelfde knop een kwart naar rechts, duw op dat gaspedaal en je kan… euhm… hoe zal ik het zeggen, wat sneller en wat… tja, vinniger. Controle, ja. Totaal? Misschien, ik heb niet heel hard durven doorduwen.

Wat me opviel aan de IS 300h, waren veel knopjes. In een tijd dat je je smarthone bedient zonder (of met zeer weinig), is dat een beetje vreemd. Soms wat onnuttig ook. Er is een controller om het centrale scherm te bedienen en een knop om de stand van sport naar eco naar normaal te zetten, dat had gerust dezelfde knop kunnen zijn, leek me. Ook de radio is werkelijk een knoppenparadijs. Misschien zijn er mensen doe voor dat geld ook veel knoppen willen, ik heb daar niet zo’n kijk op.

We zijn naar Brugge en Kortemark geweest tijdens het weekend. File gehad. In stad gereden, autostrade, platteland. Soms eens op het gaspedaal geduwd om te voelen wat het ding vermocht, ik wil daar niet flauw over doen. Dat doe je als je zoiets hebt. Gemengd verbruik: 6,5 liter.

De Lexus is niet goedkoop. Een slordige €45.000 voor de versie waar ik mee mocht toeren. De prijs voor een luxehybridewagen, zou ik denken. Ik heb niet genoeg zicht op wat Mercedes of BMW daar tegenover zouden zetten maar ik vond het wel fijn rijden.

Ook zoonlief was enthousiast. Hij had het over een ‘sjieke auto’. Het moet inderdaad het meest luxueuze model geweest zijn waar vader mee heeft mogen bollen. Hij had als volgende testauto graag zo één met deuren die omhoog open gaan. Dat heeft hij bij oma gezien… (in schaalmodel).

Dat. Of een mini.[/md_text][/vc_column][vc_column width=”2/12″][/vc_column][/vc_row]

Categories
Uncategorized

Generation Connect: (g)een aanval van Proximus op Mobile Vikings

Proximus heeft de aanval ingezet op Mobile Vikings met een dienst gericht op data. Zo klonk het. Aanvankelijk. Meer nog dan een aanval op Mobile Vikings lijkt het me een versterkte dijk tegen de noormannen en een aanval op mobistar en BASE. Hier volgt mijn redenering.

Generation connect, dat is 2GB aan data, SMS’en aan honderd in het uur (al laat ik me vertellen dat jongeren er vandaag de dag wat van kunnen) en dus met 2000 per maand maar net of net niet rond zullen komen. Kunnen ze nog 80 minuten bellen ook.

Op zich een vergelijkbaar aanbod met de vikings maar € 5 duurder. Sneller netwerk wordt in het verschiet gesteld. Wat ook in het verschiet werd gesteld is dat het bij 5000 klanten zou ophouden. Schaarstemarketing noemen we dat, niets van aan trekken.

Een test dan maar. Gedurende een korte periode had ik het Generation connect kaartje samen met een BASE-sim. Daarmee kon ik behoorlijk vergelijken.

De plek waar ik vooral om internet, een snel netwerk en andere first world dingen verlegen zit, is de trein. Mijn kantoren (Flanders DC, Aspace, mijn terras) hebben net als mijn huis WiFi, ik frequenteer niet zo heel vaak de horeca en als ik ze bezoek is mijn koffie belangrijker dan de kwaliteit van mijn telefoonverbinding. De dagen dat ik mij buiten de stad begeef zijn jammergenoeg uit het hoofd te tellen.

Op de trein dus. Tussen Leuven en Antwerpen. Niet de beste omstandigheid voor een test maar ook niet voor het Proximusnetwerk, zo blijkt. Er was mij gewaarschuwd dat een test in mobiele omstandigheden het beeld wat zou vertekenen en dat doet het ook.

Die 3G dekking op een trein wil al eens tegenslaan wegens interferentie met andere signalen en da, gaat zo’n netwerk over naar 2G en terug naar 3G. Je hoeft daar geen last van te hebben maar erg batterijvriendelijk is dat allemaal niet.

Daarenboven lijkt Proximus wel een degelijk 3G netwerk te hebben maar via BASE (ook het netwerk van de Mobile Vikings) kwam ik minder tot de vaststelling dat het echt vast zat. Wel is er een kritieke plek voor mobiel internet, ergens tussen Mechelen Nekkerspoel en Haacht. Op dat stuk weigert BASE dienst. Dat had ik niet met Proximus.

De treintest is niet van dien aard dat ik spontaan zou zijn gaan overstappen als ik Mobile Vikings gebruiker zou zijn. Het aanbod is €5 duurder en als je al een abonnement hebt bij Proximus moet je dat opzeggen en Generetion Connect worden (zo’n mobiel abonnement dat word je op één of andere manier altijd). Enfin. Niet dat je het voor je eigen -ik zit al bij proximus dus- gemak moet doen. Daarom dat ik ook stel: dit is veel meer de tactiek van de verschroeide aarde voor de Vikings en een visje gooien naar de dataklanten van BASE en Mobistar.

Over die klantenservice bij de Vikings is al een pak geschreven. U kent de verhalen. Ik stuur die gasten een twitterbericht dat ik op het Creativity World Forum zonder mobiel internet zit, zij brengen mij een kaartje, ook al ben ik geen klant. Met de dienst naverkoop van Proximus heb ik geen ervaringen. Mijn collega Jan B daarentegen, zou daar een blog over kunnen beginnen. Ik hou het op de dienst voorverkoop.

Categories
Uncategorized

De Nokia E7 en Symbian Anna

Een tijd geleden kreeg ik de vreemdste aanvraag van een mobieletoestelbouwer ooit. Of ik een Nokia E7 wilde testen. Enig Googelen leerde mij dat de E7 drie kwartaal oud is en over een toetsenbord beschikt. Euhm, tja, geen idee wat dat geeft zo symbian maar een toetsenbord, dat mis ik al langer.

Intussen is de maand verstreken en is er duidelijkheid. Dat toestel kwam mijn richting uit omdat Symbian Anna werd gelanceerd, waarna de volgende versie, Symbian Belle, gedurende korte tijd en ‘geheel per ongeluk’ enige tijd online bleek te staan.

Over de E7 kan ik kort zijn: dat is één van de beste toestellen die ik ooit in mijn handen gehad heb. Echt. Degelijk in opbouw, ligt degelijk in de hand, geen scherm om van achterover te vallen maar kom, dat lukt wel, een 8MP camera met een flash die licht geeft en alles. Een batterijtijd die een mens meer dan de dag brengt, al kan dat ook met verminderd gebruik te maken hebben.

Dan komt de maar. Symbian. Ook na de update. Je hebt het gevoel dat je met een Ferrari rijdt waar de motor van een BMW 3-reeks is ingezet. Je komt razendsnel aan de grenzen van het OS te staan terwijl je het gevoel hebt dat er meer in moet zitten.

Dat Nokia een grote gebruikersgroep heeft die niet meteen staat te springen om grote veranderingen en dat zelfs de verandering van iconen enige weerstand oproept, ik wil dat allemaal wel geloven en in zekere zin misschien ook nog wel begrijpen maar soms is het nodig van klant te veranderen voor de klant van merk verandert.

Want die klanten hebben collega’s en vrienden met Android en Blackberry en iOS toestellen waarbij het besturingssysteem niet in de weg van de hardware gaat zitten, hoe snel of hoe traag die ook is.

De veranderingen van Anna tegenover Symbian^3 zijn niet wat je noemt spectaculair. De genoemde nieuwe iconen en een nieuwe browser, de vorige was zelfs voor mijn Nokia-gebruikende collega niet erg bruikbaar (aka it wasn’t me).

Ook aan de kaarten (nog steeds één van dé verkoopsargumenten die Nokiagebruikers overtuigen) is gesleuteld. Het toetsenbord in portrait toont nu ook een full-mode keyboard. Iets wat je van een toestel met keyboard zoals de E7 eigenlijk standaard verwacht.

Het grootste gebrek van Symbian zijn echter de apps. Ook met de nieuwe Anna-update. De ingebouwde apps schieten schromelijk tekort (de twitterapp heeft bijvoorbeeld geen retweet-functie), ook wat third party apps betreft zit je op je honger. Mijn must-have app evernote is afwezig, een hipsterfotomaker-met-achterliggende-dienst (cfr instagram of picplz) heb ik niet meteen kunnen vinden.

Er is een market, bij Nokia heet die OVI, daar vindt je best wel wat apps. Ook daar is een maar. Dé social networking tool heet Gravity maakt je VISA-kaart € 10 lichter. It’s the economy, stupid. Geen volume kunnen draaien en dus hogere prijzen.

Intussen doemen de geruchten over Symbian op en die zijn niet geruststellend. Nokia gaat Windows Phone toestellen maken en Symbian zal waarschijnlijk vooral voor de bestaande userbase worden aangehouden.

De neerwaartse spiraal dreigt. Zonder nieuwe instroom zal Symbian het niet redden. Geen gebruikers is geen apps is geen gebruikers, vrees ik. Vrees ik, want op zich voel je dat er potentieel in het systeem zit.

Alleen moeten er wat radicalere keuzes worden gemaakt en als je daar bestaande gebruikers mee op de tenen trapt, so be it. Naar een andere bouwer van Symbian toestellen zullen ze niet meer overstappen, Nokia is de laatste die het bastion houdt.

De E7 is mijn eerste langere-termijn-testtoestel, wat betekent dat ik het waarschijnlijk tot na de Belle-update op zak zal hebben. Ik ben benieuwd wat die jongedame mij zal brengen.