De willekeurige en ik

Soms zegt iemand mij dat ik wel kan schrijven. Dan probeer ik iets te zeggen in de stijl van ‘ik doe mijn best’ of ‘ik probeer ook maar wat’. Dat laatste ligt dichter bij de waarheid geloof ik.

Dan stap ik de trein op en ik zie haar. De willekeurige. Zij zit altijd op mijn trein. Dan denk ik dat ik haar moet beschrijven. Omdat ik mezelf moet testen. Dit. Heeft. Nog. Nooit. Gewerkt. Ik heb me vaker in deze positie bevonden.

Haar oversized handtas en haar bordeaux gelakte nagels. Haar ouderwetse schoenen en dat blonde haar dat haar op haar leeftijd -hoe oud zou ze zijn, 42?- een jonge aanblik geeft.

Dan ga ik focussen op het boek dat ze aan het lezen is. Diereneten. Dan zie ik de blik in haar ogen en dan valt er een puzzel. Niet. Zou die ring van glas of plastic zijn? Het eerste denk ik. Het zou beter zijn voor mijn verhaal dat niet geschreven wordt.

Dan denk ik: was ik maar een schrijver. Dan zou ik haar beschrijven. Een foto maken in woorden. Dan zou ik haar een betekenis geven. Zij, de willekeurige. Waarom ze net dat boek aan het lezen is en ik zou vooruit denken over wat dat boek voor verdere reis doorheen mijn verhaal zou betekenen.

Ze draait een pagina om. Krachtig. Haar seconden worden dagelijks met de hand geteld. 64387. 63388. Ze leest haar boek per hoofdstuk en doet van die roze bladwijzers van 3M op de belangrijkste pagina’s. Twee codes. Kort uitstekende bladwijzers zijn oneliners. Ver uitstekende duiden belangrijke passages aan.

Mijn vingers glijden over het kalvier maar ik krijg geen woord na elkaar op het virtuele papier dat ik heb opgezet.

Zij heeft het door. Dat voel ik. Dat merk ik als ik langs haar door het raam kijk, alleen maar omdat ik dan wel twee keer naar haar moet kijken, een proces dat ik gedurende deze treinrit meermaals zal moeten herhalen.

Ik vraag me af wat ik hier zit te doen en wat zij. Waarom zij de willekeurige is en ik de niet-schrijver. Ik vraag me af waarom ze het boek dat eigendom is van de gemeentelijke bibliotheek van Aarschot met zoveel kracht omplooit om dan met haar hoofd tegen het raam en het boek op haar nonchalant leunende linkerarm vlak voor haar gezicht te houden.

Het is vrijdagavond. Ik maak me zorgen. Omdat ik niet kan schrijven wat ik zie. Niet verder kan kijken. Ik kijk naar haar nauw zittende donkere jeans en ik vraag me af of ze dit met opdoet deze kleren. Ze zijn net onmodieus genoeg om de bedoeling te kunnen zijn. Als hier over is nagedacht, dan is dat met kennis van zaken gebeurd.

Intussen heb ik nog steeds geen letter op papier en zinkt mij de moed in de schoenen. “Onafhankelijk van het onderwerp, een leuke stijl”, dat waren zijn letterlijke woorden denk ik maar nu ik mijn onderwerp voor me zie, de kans heb te schrijven, dan lukt het niet.

Dat gevoel

Dat gevoel dat je krijgt wanneer je een zin aan het uitspreken met aan het eind een opsomming met drie elementen. Twee weet je nog. Het derde komt.

Dat weet je.

Helemaal zeker.

De zin gaat verder.

De stilte van de komma duurt een eeuw. De en wordt een halve eeeeuuuh en dan hoor je jezelf het derde element zeggen.

Tijd is een relatief begrip.

Is er leven op Pluto?

Er was een tijd dat ik dacht: het komt wel goed allemaal. Ons land is qua ruimtelijke ordening dan wel naar de kloten gebouwd, het valt allemaal wel mee en de sociale zekerheid werkt en de regering is gevallen maar we hebben er nog een aantal in reserve.

Tot ik vorige week op de ring rond Brussel reed. Ergens tussen Zellik en Vilvoorde waren er werken geweest. Drie van de vier rijstroken waren in blinkend nieuw asfalt gelegd. De wegmarkeringen ontbraken. Als ik het schrijf lijkt het allemaal nog wel mee te vallen. Even herhalen. De. Wegmarkeringen. Ontbraken. Geen streepkes op straat. Het wilde westen rond Brussel.

We zijn niet goed bezig met dit land. We leven zonder regering alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Bepaalde partijen willen helemaal geen regering. Zo hun grote gelijk bewijzend. Dat is stellig mijn overtuiging. De zwartepiet naar Walen of sossen, het is al gelijk.

Soms denk ik dat het naar de knoppen is. Dat we opnieuw moeten beginnen, de steenwegen opbreken, de industrieterreinen saneren en de lintbebouwing doormidden knippen. Soms denk ik dat er meer nodig is dan een nieuwe regering. Dat we teveel naar onze navel hebben gestaard en te weinig vooruit.

Soms denk ik dat we het verleden eventjes, heel eventjes maar moeten begraven en denken aan morgen. Want als we zo verder gaan doen, gaan we er niet geraken.