Categories
Innovatie

Over verantwoordelijkheid

Wie is verantwoordelijk voor de broodtoevoer van New York? Het was een Russisch delegatielid dat naar de Verenigde Staten was getrokken nadat de muur (De Muur) was gevallen die de vraag stelde. In Rusland waren lange rijen de regel. Brood was de uitzondering. De geplande economie slaagde er vaker niet dan wel in om de dingen geregeld te krijgen. Foute afspraken. Bottlenecks.

De voetbalcommentator juicht. Het doelpunt is gevallen. Hij noemt de goalgetter. Hij roemt de magistrale voorzet. De spits glijdt op de knieën richting spionkop. Iedereen is hem in dit ene samensmeltende moment.

De vraag naar de verantwoordelijke voor iets als de broodtoevoer komt ons tegennatuurlijk over. Natuurlijk is er niemand verantwoordelijk voor de broodtoevoer van New York. Of van Antwerpen. Borgerhout. Hier vind je op elke hoek een bakker. We replay mag 30 seconden duren, dat heeft de regisseur op voorhand bepaald. Eén. Maximum twee balbewegingen. Anders wordt het te complex.

In de werkcontext zijn we te vaak het Russisch delegatielid. We zijn de regisseur van de voetbalmatch. Als het goed gaat. Als het fout loopt. Wie is verantwoordelijk voor de tijdige oplevering van het project? Wie rijft de bonus binnen voor de gemaakte deal? Wie mag het uitleggen als het fout loopt?

Er is alleen gedeelde verantwoordelijkheid. Er is alleen gedeeld succes.

Categories
Innovatie

Schwalbe

De Schwalbe is een voetbalterm die zoveel betekent als ‘het zich opzettelijk en zonder aantoonbare reden (met veel theater) laten vallen teneinde een speler van de tegenpartij een straf of kaart aan te naaien’.

Het is een strategie die schijnbaar breed ingeburgerd is. Ook in het dagelijkse leven.

Ik stel me de situatie voor. Er loopt wat fout bij de organisatie. Twee mensen worden bij de verantwoordelijke geroepen. Veel kans dat één van de twee een Schwalbe maakt.

Ik heb gefaald in mijn doelpoging maar hij is de schuldige. Niet ik. Theatraal. Zonder aanwijsbare reden. Teneinde de tegenstander een kaart aan te naaien.

Alleen spelen beide spelers hier voor dezelfde ploeg. Of niet?

Categories
Autohagiografie

Working-class heroes

Massamedia zijn vreemde dingen. Hoe massaal ze hun teksten, beelden en klanken ook de wereld inslingeren, ze kunnen je op persoonlijke wijze aanspreken. Ze attenderen je niet alleen op hun eigen boodschap, je leest in zekere zin wie je bent.

Zo las ik deze week in De Standaard een artikel dat de titel “het glazen plafond voor arbeiderskinderen” had meegekregen. Een vlag die de lading zo ongeveer wel dekt.

Mijn vader is een technicus. Mijn moeder een gezins- en bejaardenhelpster. Twee arbeiders met twee kinderen met twee universitaire diploma’s met twee glazen plafonds. Vier sterke arbeidsethossen. Vier keer de afkeer om steeds weer schaak te spelen als het over werk gaat. Althans, zo lees ik.

Ik word daar stil en deemoedig van, van dat soort artikels. Ja, in Thinking Allowed had ik er wel eens wat over gehoord en ja, het is niet de eerste studie die duidt op een glazen plafond van welke soort ook. Dat er zoiets bestaat als een thuiskomstsociologie. Dat veel afhangt van individuele situaties.

Of dat glazen plafond bestaat weet ik niet. Ik weet dat ik misschien weinig recht van spreken heb. Mijn vader creëert in mijn ogen altijd machines. Hij herstelt wat stuk ging. Mijn moeder is gespecialiseerd. Paliatieve zorgen en dat soort dingen.

Wij zijn nooit arm geweest. Wij bezochten concerten en theater. SMAK, toneelhuisdingen, de Paardenkathedraal, dat slag. Wij gingen maandelijks naar de bib. Toen ik ging studeren kreeg ik een deftig kot. Mijn eerste stereo heb ik zelf gekocht van vakantiewerk maar tijdens mijn studies hoefde ik niets behalve mijn best doen en studeren.

Soms. Veel te weinig, besef je dan dat je een verdomde gelukzak bent. Dat je twee diploma’s hebt kunnen halen. Dat je nog nooit een job hebt gedaan die je niet leuk vond. Dat je kan bloggen en rondlopen met een fancy schmancy GSM, twee laptops. Dat je kan doen wat je leuk vindt en een hele dag kopje onder kunt gaan in cultuur.

Misschien word ik wel nooit manager. Misschien ligt dat dan aan een glazen plafond. Dat ik kan doen wat ik doe, vind ik al fantastisch. Het is mijn verdienste maar ook en misschien vooral die van hen. Twee working-class heroes. Freddy en Ludwine. Schrijf maar op.