Categorieën
Uncategorized

Schaatsen of de ondraaglijke saaiheid van televisiesport

Schaatsen is het wielrennen van de winter. Veldrijden dan? Of zesdaagses? Circussen. Sporttheater. Niets mis mee hoor. Lastig om doen. Respect. Eindeloos. Voor zij die door veld en over baan vlammen. Meer spektakel dan sport. Superslomo’s toe.

Doe mij maar schaatsen. Sprint of lange afstand. Allround nog het liefst. Twee aan twee vliegen, lopen, zwalpen, leiden en lijden over 400 meter ijs. Tot 25 rondes lang. Schaatsen tegen de tegenstander. De klok. De andere ritten. Jezelf.

Televisiekijkers zijn verwend. Ik kan het weten want ik heb mijn thesis over het onderwerp geschreven. Voor televisie wordt de sport aangepast. Vier dagen durende Test Matches in het cricket hebben plaats gemaakt voor het snellere One Day Cricket. Meer scores op beperktere tijd.

Dichter bij huis zijn de playoffs in het voetbal een toegift. En de buitenspelregel. In het basket mag een aanval maximaal 30 seconden in beslag nemen. Allemaal voorbeelden die de sport meer spektakelwaarde moeten of moesten geven.

Schaatsen is, net als wielrennen, schaken voor gevorderden. Al zeker allround schaatsen. De langeafstandsspecialisten verliezen enkele seconden op de 500 en de 1000 meter die ze daarna met vele seconden moeten vergoeden over de lange afstanden. Dan wordt het werken voor de sprinters.

Schaatsen is de schijnbaar ondraaglijke saaiheid van de televisiesport. Omdat niets ooit eens echt schokschoudert. Omdat alles mooi lijkt in die strakke pakken. Omdat een ronde na de versnelling de instorting kan volgen. Omdat een verloren afstand nog geen verloren weekend hoeft te betekenen.

Snelschaatsen is de mooiste wintersport ter wereld. Ik ben een sportief migrant.