Categories
Technologie

Boek

Er is wat vreemds aan de hand met het boek. Boeken leven meer dan ooit. Iedereen literatuur! Iedereen een boek! Iedereen roman! Iedereen poëzie! Lezen én schrijven. Het boek was nooit zo toegankelijk. Het boek zoals we het kennen loopt op z’n laatste benen.

De Kindle van Amazon verovert Amerika, Apple zet met de iPad een wel erg sterke tegenzet in het boek-van-de-toekomst schaakspel. Het ziet er naar uit dat we na onze CD’s binnenkort ook onze boeken het huis uit kunnen doen en dat we dus weer wat meer plaats zullen krijgen in onze livingkasten.

Bibliotheken en verkopers van (vooral nieuwe) boeken kunnen alvast hun hart vast gaan houden. We vergeten vaak hoe snel het kan gaan. We vergeten dat eens het woord ‘boek’ niet langer per definitie de gedachte aan een samengebonden of genaaid aantal bedrukte bladen oproept, de neergang is beslecht. We vergeten dat de generatie na ons zal opgroeien met de realiteit van een boek-op-een-toestel.

Intussen wordt er geschreven. Zoveel mogelijk. In alle talen van Babylon. En wordt er gelezen. De wereld is informatieziek. De zucht naar meer klinkt luider dan de schreeuw naar minder.

Boek. Op de grens tussen verleden en heden. Op de rand van morgen. De toekomst van het boek ziet er, met uitzicht op een nakend einde, positiever uit dan ooit.

Categories
Uncategorized

U

Laatst zag ik twee mannen op leeftijd, ze begroetten elkaar hartelijk op het voetpad in hun woonbuurt. Het was kort na nieuwjaar en ze hadden elkaar nog niet gezien na de jaarwende. Ze schudden elkaar de hand en tikten elkaar vriendschappelijk tegen de schouder als voerden ze daar, vlak voor mijn neus, een jarenlang geoefende choreografie uit.

Maar het is niet het plaatje waar ik het met u over wil hebben, wel over de manier waarop ze elkaar aanspraken. De twee heren vousvoyeerden elkaar. “Mijn beste wensen voor u en uw familie”. “Voor u hetzelfde, hoe gaat het met uw gezondheid”. Mijn oren spitsten zich terwijl ik hen voorbijwandelde, het eenletterwoord u bleef hangen.

Men zegt wel eens dat er te weinig respect is, sommigen spreken over vervagende normen en waarden. Het in onbruik raken van de u-vorm zou hiervoor symptomatisch zijn. Ik ben het met die mensen oneens. U en uw hebben niets te maken met respect, ze hebben alles te maken met communicatie. Wie respect eist, zal tegenwind oogsten om maar eens een klassiek spreekwoord naar mijn hand te zetten.

Je moet stijl hebben om u te gebruiken. Het gebruik van het woord impliceert dat je van de tegenpartij ook verwacht dat die u gebruikt. Je moet dat weten in te schatten. Ontvanger, context, medium, kanaal, alles moet juist zitten. Als je dan u weet te gebruiken, dat is communicatie op z’n best.

Ik zie de mannen hun nieuwjaarschoreografie doen, in de smalle straatjes rond de universiteit. Ik lees een persoonlijk bericht, verstuurd via twitter. U galmt het door mijn hooft, u danst het om mijn scherm. Stijl, dat is het. Stijl.

Categories
Uncategorized

Wit

Na een week van afwezigheid is het woord van de week terug. Een kort maar complex woord deze week. Wit. Wit het kleur. Wit het niet-kleur. Wit het symbool. Wit het verlangen. Wit de overgave.

Wit is een kleur dat geen kleur is. Wit is de afwezigheid van kleur, de perfecte reflectie. Zet je alle kleuren van de regenboog naast elkaar op een draaiende schijf, dan vormen die kleuren samen wit. Wit is geen kleur en alle kleuren samen.

Wit is de kleur van de sneeuw. Sneeuw waar we graag naar kijken. Sneeuw waar we naar uitkijken en die we, wanneer de eerste laag is gevallen, alweer vervloeken. Sneeuw waar we met kinderlijke verwondering van genieten. Sneeuw waar we voor reizen. Sneeuw waardoor we thuis blijven.

Bovenal is wit een symbool. Wit staat bij ons voor onschuld en maagdelijkheid, voor reinheid en zuiverheid. Bruiden hullen zich op de dag van hun trouwfeest in witte, lange jurken. Wit staat voor kinderen. Wit was in België het kleur van protest, zo ergens eind vorige eeuw. Wit staat voor overgave.

In de kerk draagt de priester de kleur op Kerstmis en Pasen, verwijzend naar Jezus Christus, het Lam Gods. In bepaalde Afrikaanse en Aziatische landen is wit het kleur van de rouw. Wit is daar wat zwart voor ons is.

Naar het schijnt zouden Inuït 9 tot 43 woorden hebben om wit in al zijn nuances te kunnen benoemen. Het verbaast niet.

Categories
Uncategorized

(On)Guur

Gisteren was maandag en maandag is de dag van het woord van de week maar gisteren dus niet. Die toespraak van de koningin van de noorderburen kwam er even tussen. ‘Uitstel is geen afstel’ is niet voor niets een staande uitdrukking en dus is dinsdag de nieuwe maandag.

Eigenlijk zijn er twee woorden van de week. Guur en Onguur. Guur betekent winderig of koud (weer). Onguur betekent ‘ruw, gemeen’ of ‘luguber, sinister’. Dat alles volgens het vandale online woordenboek. Met andere woorden het woord guur en het woord onguur betekenen niet, zoals meestal het geval is wanneer de prefix ‘on’ in het spel is, het omgekeerde van elkaar.

Wel integendeel, al hebben beide woorden een andere denotatie, hun connotatie komen grotendeels op hetzelfde neer. Guur of onguur zijn beiden woorden met negatieve bijklanken. Het is donker en onaangenaam vochtig. Het is beangstigend. Het is bevreemdend en op hetzelfde moment heel hard en reëel.

Alleen de zelfstandige naamwoorden waar ze al dan niet expliciet mee verbonden zijn, verschillen van elkaar. Waar guur verbonden wordt met de weersomstandigheden, wordt onguur verbonden met mensen, groepen of geografische omstandigheden.

Ondanks de betekenis van de woorden hou ik er van om ze te gebruiken. Dat heeft vermoedelijk te maken met het g- en r-foneem dat geassocieerd wordt met ontlading. Denk maar aan het woord Godverdomme dat niet alleen door zijn betekenis maar zeker sinds de verbastering vooral op vocaal vlak een ontladend effect zou hebben.

(On)Guur, een mens wil het als betekenis zo weinig mogelijk tegenkomen maar als woord toch zo veel mogelijk gebruiken. In deze contradictie zit de schoonheid.

Categories
Uncategorized

Kruidenieren

Vorige week was ik op de raad van bestuur lokaal cultuurbeleid alwaar ik de vertegenwoordiging van de stedelijke cultuurraad Antwerpen voor mijn rekening neem. Het ging over de bibliotheken, alwaar de raad met de lange naam wat inspraak heeft. Ik zal niet in detail treden hoe dat gebeurde maar het woord ‘kruidenieren’ viel. Even verslapte mijn aandacht. Collega Marleen had net mijn woord van de week uitgesproken.

Kruidenieren is een oud-hollands woord voor kwanselen, afdingen of afpingelen. Wanneer je kruideniert, onderhandel je dus over de prijs. Omdat dat met de kruidenier gebeurt, gaat het vaak over erg weinig geld. Op die manier heeft kruidenieren de bijklank van kleingeld maar ook van kleingeestig gekregen.

Die connotatie heeft kruidenieren gemeen heeft met het woord kruidenier, wat niet alleen op de winkelier kan slaan maar ook op een kleingeestige, krenterige persoonlijkheid. Gelukkig hadden wij in de buurt vroeger een allesbehalve kleingeestige kruidenier, Simon. Bij hem moest je niet kruidenieren.

Gelukkig is kruidenieren een praktijk die vandaag bij ons haast niet meer voorkomt. Er is wat tijd verloren met dat kruidenieren, toen dat nog bestond, beeld ik me zo in. Maar een fraai woord blijft het wel.

Categories
Uncategorized

Modiste

Structuur, ook daar draait een blog om. Structuur zoals in: alle dagen een blogpost. Structuur zoals in verwante thema’s. Vandaar is er vanaf heden op maandag de rubriek “Het woord van de week”. Deze week is dat modiste.

Modiste is een prachtig woord. Vrouw die modeartikelen voor dames, met name dameshoeden, vervaardigt en verkoopt. Heerlijk. Veel mooier dan hoedenmaakster. Hier zien we een modiste in de deur van haar winkel aan de Turnhoutsebaan in Borgerhout staan.

Ik kwam het woord tegen in mijn eigen geheugen toen ik door de foto’s bladerde waaruit we putten om de Krugerplein Peperbus blog te illustreren. Daar vond ik bovenstaande foto. Ik dacht: “hé, een modiste”. Toen ik klein was en nog in Edewalle aan het togen was, woonde er een modiste. Men noemde haar ook zo, maar niet als ze er bij was. Je zou nooit zeggen: “dag modiste, hoe gaat het nog met je hoedenwinkel?”. Je zei: “dag mevrouw” of je noemde haar bij haar voornaam als je die kende. Ik ben die naam vergeten.

De modiste werd in de dagelijkse omgang van de dorpsbewoners benoemd aan de hand van haar beroep, ook al was ze oud en bejaard en maakte ze al lang geen hoeden meer. Aangezien ze de enige modiste in het dorp was, ontstond er ook nooit verwarring. In ons dorp was er van alles maar één. Eén kerk, één pastoor, één bakker, één beenhouwer, één school. Alleen waren er twee cafés. De eigenaars werden dan ook bij hun voornaam genoemd, samen met de naam van hun café. Maar dat is een ander verhaal.

Jammer dat er nog zo weinig zijn, modistes. Dat je haast nooit eens kan zeggen: “ik kwam straks de modiste nog tegen”. Dat komt natuurlijk omdat niemand nog een hoed draagt. Ook dat is jammer. Lang leve hoeden, lang leve modistes. Het is mijn eerste woord van de week.