Chaostheorie

Mijn vijfde verhaal uit de nanowrimo-cyclus. Het is niet mijn beste, dat is nog steeds het eerste, dit is wel het constructiefste. Het verhaal van Vicky wat aan dit verhaal voorafgaat, leek ons beiden niet helemaal af. Daarom heb ik besloten haar personage verder uit te diepen en er een extra verhaallijn aan toe te voegen.

Het is mijn hoop en overtuiging dat Gudrun deze opbouw verder kan afwerken en er een verhalenreeks binnen de verhalenreeks van kan maken.

Chaostheorie

Stefanie was uit Parijs teruggekeerd met een glimlach op haar gezicht. Ze was tot grote verbazing van haar chauffeur vooraan plaats komen nemen en had onderweg honderduit gepraat over haar afspraakje van de avond ervoor. Ze had voor een keer enthousiasme getoond over de keuze van haar ouders.

Frédéric was het beste afspraakje tot nu toe geweest en het avondje uit in Parijs had het helemaal af gemaakt. Ze vertelde over het restaurant en over de dancing waar ze nog waren beland en hoe ze, toen het al bijna ochtend was, het hotel waren binnengekomen alwaar ze afscheid hadden genomen op de gang. Ze glimlachte even toen ze het vertelde. Liep een beetje rood aan. Hij sliep één verdiep hoger, vandaar.

Ze vertelde over het ontbijt dat ze samen hadden genomen en hoe de bediening minzaam had gelachen toen ze samen de trap afdaalden. De serveuse van dienst bracht de koffie en vroeg of alles naar wens was. Ze hadden beiden zo heftig van ja geknikt en oui, oui toegevoegd dat ze samen in lachen waren uitgebarsten.

Toen had het gesprek zich gekeerd, vertelde ze, ongebruikelijk open tegen haar chauffeur. Ze hadden zich daar, aan dat ontbijttafeltje, gebogen over heerlijk ruikende koffie, croissants en toasts, afgevraagd hoe het nu verder moest. Zij zou terug naar België reizen, hij zou de andere richting uitgaan. Helemaal terug naar Zuid-Frankrijk.

Ze zouden contact houden, ze zouden elkaar mailen. Stefanie zou ook brieven sturen, dat vond ze romantisch. Haar ogen werden vochtig. 1134 kilometer hadden ze uitgerekend.

Intussen draaide de limo de lange, met eiken afgeboorde oprit van het huis op. Stefanie bleef even zitten. Ze zuchtte. “Maman zal een volledig verslag verwachten. Ik ben er niet klaar voor om dit aan haar te vertellen, geef jij haar een samenvatting? Ik ga een balletje slaan.”

Stefanie schakelde de ballenmachine in en mepte de ballen met haar racket terug. Een van de ballen vloog zo ver over de omheining dat ze die even later met een scherpe metaalklank op de paardenstallen hoorde neerkomen. Lightning, het paard van haar vader hinnikte luid. Knalde even later met de voorpoten tegen zijn kooi. Stefanie vond het wel genoeg zo. Ze liep even op en neer om het beest te kalmeren en ging via de achteringang het huis binnen. Ze hoopte haar moeder te ontlopen. Even uitstellen nog.

Ze glipte de achterdeur door, de oude dienstentrap op, de gang door, het bordes over, haar kamer binnen. Het mocht niet baten. Nauwelijks had ze de deur van haar kamer achter zich dichtgetrokken of ze hoorde drie harde tikken tegen de zware deur. “Ik maak mij klaar om te douchen, maman”, riep Stefanie terug: “ik vertel het je zo”. Stefanie zag door het dikke hout van de deur het gezicht van haar moeder op onweer trekken. Daarna hoorde ze het geruis van haar kimono wanneer ze zich omdraaide. Tenslotte voetstappen op de trap.

Stefanie ging onder de douche. Veel langer dan gewoonlijk. Het water had een verlichtende invloed op haar gemoed. Een gemoed dat sedert haar thuiskomst op een toenemend gemis had gewezen. Maar heel even waren ze samen geweest en toch. Vonken en vuur. Ze dacht aan de avond ervoor. Werd warm en koud tegelijk. Ze stapte de douche uit en plofte op bed. Uitgeteld.

Drie droge tikken op de deur waren het eerste wat Stefanie waarnam. Hoe lang had ze geslapen? Waren het minuten of uren. Het licht dat door de ramen scheen was een stuk minder geworden.
“Stefanie?”.
“Ik kom, maman, ik was in slaap gesukkeld”.

Stefanie glipte de badkamer binnen, trok snel een kleedje aan en haastte zich naar de deur. Net voor ze de sleutel wilde omdraaien opnieuw drie tikken tegen de deur. Harder deze keer. “Stefanie”, haar moeder duwde het hard en verwijtend door haar bijna gesloten mond.

Nauwelijks had Stefanie de sleutel omgedraaid of de deur zwierde al in haar richting. Stefanie wist de deur nog ternauwernood te ontwijken. Haar moeder repte zich meteen naar de hoek van het bed waar iemand duidelijk net dwars over had gelegen. Stefanies lijf stond nog duidelijk afgedrukt op het onderlaken. Met enkele rake rukken trok Stefanies moeder het onderlaken opnieuw op zijn plek.

“Heb jij net…”, haar moeder hield zich in, “vertel eens over gisteren”. Stefanie deed het verhaal zoals ze het eerder tegen haar chauffeur had gedaan. Uiteraard liet ze het deel over de late terugkomst in het hotel, het ontbijt dat ze bijna hadden gemist maar dat ze dankzij het vriendelijke personeel nog hadden mogen nuttigen tussen de middagmalende gasten en het trieste afscheid achterwege.

Ze vertelde haar moeder dat haar keuze van uitgaanspartners er met rasse schreden op vooruitging. Ze gaf haar een kus op de wang en verdween door de deur, de trap af, de tuin in. Het was warm voor de tijd van het jaar maar toch haastte ze zich al snel terug naar binnen. Ze nestelde zich op de bank. Ze hoorde haar GSM. Stefanie had behalve voor tennis en squash nooit veel gevoel gehad voor sport, maar het traplopen ging haar ineens heel goed af. Terwijl ze de trap opliep ging één, twee, drie, vier keer de GSM over Stefanie telde mee ze had tot zeven om bij de telefoon te komen. Bij tel vijf had ze het ding te grazen. Een Frans telefoonnummer. Haar hart liet één tel het ritme vallen om meteen daarna weer aan te trekken.

“Met mij”, de stem van haar vader, “hoe is het geweest?” Stefanie kon haar teleurstelling nauwelijks verbergen, maar wist nog snel haar stem naar blij om te schakelen. Ze vertelde het verhaal van de avond nu voor een derde keer en bedacht dat ze de volgende keer misschien haar laptop mee moest nemen, een verslagje schrijven en het meteen na de afspraak doorsturen. Ze hoorde zichzelf het verhaal vertellen van aankomst in het hotel tot aan het ontbijt.
“Van waar bel jij nu paps?”
“Uit Parijs, lieveling, ik ben hier voor het werk”.

Stefanie voelde een aandrang om de auto te laten voorrijden en haar vader achterna te reizen naar de lichtstad maar ze besefte dat Frédéric er helemaal niet zou zijn. Ze wilde haar vader een goede avond wensen toen ze een vrouwenstem iets hoorde roepen. “Waar ben je paps”, vroeg Stefanie haast fluisterend. “In de vergaderruimte van het hotel, we doen hier straks nog een meeting, ik zie je zondag”.

Stefanie legde dicht en bleef nog even op de rand van haar bed zitten. Haar vader had vreemd geklonken vond ze ineens en wie was die vrouw op de achtergrond? Ze herkende de stem maar kon er geen vinger op leggen.

Stefanies moeder trok inmiddels aan de bel. Stefanie vond het een stom systeem maar haar moeder was altijd van het principe geweest dat er in huis niet mocht worden geroepen. Niet dat het daarbuiten toegestaan was, maar binnen was het uitdrukkelijk verboden. Daarom was er in de gang een bel geïnstalleerd. Met een zacht trekken aan de koord weerklonk door het hele huis een getingel waar Stefanie zenuwachtig van werd en dat iedereen opriep om aan tafel te komen of om zich naar beneden te begeven omdat er vertrokken moest worden. Stefanie vermoedde dat het eten geserveerd zou worden.

Ze nam voor de zekerheid haar GSM mee naar beneden en zette het ding op trilstand. Hoewel telefoons in de regel werden uitgeschakeld wanneer er gegeten werd, zou haar moeder in dit geval wel begripvol zijn, dacht Stefanie.

De telefoon ging niet over, het eten verliep in een ongebruikelijke stilte. Zeker met haar geslaagde date had ze haar moeder iets praatgrager verwacht, al was het maar om het laatste detail van haar afspraak te weten te komen. “Je vader is naar Parijs”, meldde haar moeder ineens, strak en droog, “ik heb er geen goed gevoel bij, hij is zo afwezig de laatste tijd”. De vrouwenstem die Stefanie aan de telefoon had gehoord, flitste door haar hoofd, ze verslikte zich haast in haar reepje quornfilet. Ze herstelde zich snel.

“Hij is toch vaak in het buitenland”, stootte Stefanie eruit. Haar moeder was niet overtuigd. “Vroeger had ik zijn planning voor drie maand ver, nu moet hij vaak op het laatste moment overwerken of moet hij inspringen voor een zieke collega of gaat hij naar congressen waar hij de naam telkens weer van vergeet”. Stefanies moeder trok een zorgelijk gezicht, haar ogen werden vochtig.

Er was meer aan de hand, dat zag Stefanie zo. “Het zou niet de eerste man zijn”, besloot haar moeder met een zucht. Ze stond op en ruimde haar bord op. Het was woensdag dus ging ze sporten, dat wist Stefanie. Normaal bleef ze echter aan tafel tot iedereen klaar was. Ze verdween snel de trap op, kwam terug, telefoon in de ene, sporttas in de andere hand.

Die avond belde Frédéric nog op. Toen Stefanie ophing voelde ze zich belabberd. De situatie met haar moeder, de afstand tot Frederic. Coup de foudre? Alles aan haar was op drie dagen tijd van absolute zekerheid tot absolute chaos verworden. Zij, Frédéric, haar vader, de vrouwenstem, haar moeder, de tranen.

Stefanie trok haar jurk uit en legde zich op het bed. Ze keek naar het plafond. Dommelde in.

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.