Categories
Uncategorized

Cinema Royal

Mijn tweede verhaal in de NaNoWriMo-serie. Het verhaal van wat de aankoop van een cinema om er lofts van te maken met zich mee kan brengen. 2145 woorden lang volgens de laatste tellingen. Net zoals het vorige verhaal, Dagmar heb ik eerder met de bovengrens van 2200 dan met de ondergrens van de 1666 woorden geworsteld.

Wat mijn volgende wordt, weet ik nog niet. Hopelijk zijn de reacties op deze even positief als op de vorige. Het is een leerrijke wandeling. Nu is het opnieuw aan Gudrun om 1666 woorden te produceren.

Kudos voor Anne en Veerle voor de verbeteringen.

Cinema Royal

Er waren dertien toeschouwers aanwezig op de avondvertoning. Dertien mensen waren de film Blow Up, de eerste Engelstalige film van Michelangelo Antonioni komen bekijken. Dertien mensen hadden gezien hoe een jonge fotograaf de grenzen verkent tussen droom en realiteit, tussen constructie en deconstructie. Dertien mensen hadden Londen gezien zoals ze het nog nooit hadden gezien. “But I thought you where in Paris? I am in Paris.” 1966. Een mooi jaar.

In die tijd runde Eliza, de moeder van Judy, de cinema nog met strakke hand. De cinema was al jaren de familiekroon en was één van de oudste van de stad. Met twee projectoren en een café had ze een goede naam. “De beste fims in de beste kwaliteit en comfort”, was in die tijden de leuze van de cinema. Er werden premières gehouden waarop beroemdheden en sterren uit de film zich mengden met het publiek.

Het was in die hoogdagen dat de concurrentie van de televisie begon toe te slaan. Ze waren er al langer en Eliza had voorspeld dat het eens de dood van de cinema zou betekenen. Maar in de eerste jaren waren televisies duur en de mensen wilden naast beeld ook nog wel eens een praatje met elkaar maken en dat was nu eenmaal makkelijker in het café van de cinema dan in het salon.

Die avond zou er nog een voorstelling plaatsvinden. Die voorstelling stond niet op de officiële programmatie maar de mannen die de vertoning zouden bijwonen, konden via mond-aan-mondreclame de weg steeds weer vinden. Al lag de opkomst sedert de intrede van internet ook weer een pak lager. Judy dimde alvast de lichten in de foyer. De schaduwen die de laatavondfilm zouden bezoeken gingen niet achteraf samen iets drinken. Dat had ze na de eerste vertoning enkele jaren terug al gemerkt. Veel licht ’s avonds schrikt af. Zeker als er dingen gebeuren zoals er hier gebeurden.

Klanten kochten een kaartje, trokken de kragen van hun winterjas nog iets steviger dicht, de hoofddeksels gingen iets dieper. Judy herkende her en der een buurman of iemand die op andere momenten wel eens met vrouw en kinderen op bezoek kwam. Ze noemde hen mijnheer en wees hen de richting van de zaal alsof ze er nog nooit waren geweest. Van hen kreeg ze bij latere bezoekjes fooien aan de bar. “Voor de goede bediening”. Zij lachte poeslief terug. Knipoogde soms.

Vanavond waren er 10 klanten voor de laatavondfilm. Er zit sleet op de succesformule had Judy al enkele keren bedacht maar een alternatief had ze niet. Net voor ze de film zou starten die avond stopte een auto voor de deur. Een man stapte uit aan de passagierskant, draaide zich nog even om en zei iets tegen de chauffeur. Daarna keek de man Judy recht in het gezicht. Hij keek zelfverzekerd met blauwe, heldere ogen. Geen hoed. Geen overdreven warme jas voor de tijd van het jaar maar een zwart pak met moderne snit. Een wit hemd en een smalle, zwarte das. Judy schatte de man begin de 40. Zijn haar was strak in een zijstreep gekamd waardoor hij er zo ouderwets uitzag dat het wel modern en hip moest zijn.

Hij wandelde op de kassa af. Drie, vier grote passen en kwam tot stilstand. “Kan ik hier iets drinken?”, vroeg hij. “Zeker”, stamelde een verbouwereerde Judy, “ik moet dadelijk de film starten, als u hier even wacht, zorg ik zo voor licht. Wilt u zitten?”. De man knikte beslist van neen. Hij gooide zijn hoofd in de richting van de zaal. Als wou hij Judy aanporren om er vaart achter te zetten.

Judy sloot de kassa op dubbel en begaf zich naar de projectiekamer. Ze dimde het overgebleven licht in de zaal en startte de film.

Toen ze in het café terugkwam, was de man er nog steeds. Stiekem had ze gehoopt dat hij verdwenen zou zijn. Ze glimlachte en vroeg wat mijnheer te drinken wenste. “Een espresso”. Hij legde de nadruk hard op de s’en waardoor hij iets slangachtigs kreeg. “Neem zelf ook iets”. Judy klopte het oude koffiegruis uit het handvat,   klemde het in de koffiemaalmachine en drukte start. De geur van versgemalen koffie sprong haar in de neus. Ze sliep niet goed de laatste tijd en slurpte door de dag koffie om de vermoeidheid tegen te werken. Gedurende het grootste deel van het jaar stond ze er alleen voor en dat begon te wegen. Ze maalde een dubbele hoeveelheid en diende met de nodige flair de koffie op.

“Deze film staat niet op het programma?”. Het was nauwelijks een vraag. Judy schrok even maar herstelde zich. “Nee, inderdaad, een privévertoning”. Dat verhaal had ze bij elke laatavondvertoning weer aan zichzelf verteld. Als er controle zou komen of de politie of er zou een probleem zijn, dan zou ze vertellen dat het om een privévertoning ging en dat ze geen uitstaans had met wat zich in de zaal had afgespeeld. Ze hoorde zichzelf het hele verhaal doen. Van hoe er vorige week getelefoneerd werd, hoe ze bij het aanschouwen van het publiek vragen had gesteld, tot en met de huurprijs en het feit dat ze de centen goed kon gebruiken want dit gebouw… Hij legde haar het zwijgen op.

“Over dit gebouw wilde ik het even met u hebben, ik ben geïnteresseerd om het van u te kopen. U bent de eigenares, Judy van Neste?”. Judy knikte bevestigend. De voorbije maanden schoten door haar hoofd. Er was de man van de elektriciteit geweest, die opdracht had gekregen de aansluiting te voorzien met een budgetmeter. Er waren deurwaarders geweest voor achterstallen op de BTW. Telkens weer had ze de aanvallen van buitenaf kunnen afslaan. Deze man had indruk gemaakt met zijn verschijning. De manier waarop hij de dingen zei en vroeg. De manier waarop hij zich voortbewoog en nu dit. Dit niet. Nooit. Zij zou niet de derde generatie van Nestes zijn die het smalle koord zou verlaten. Even overwoog Judy de politie te bellen om de gekostumeerde te laten verwijderen. Toen hoorde ze ontegenzeggelijk de geluiden uit de zaal en besefte ze dat ze geen indruk zou maken.

“Wie bent u en wat doet u hier?”, de aanval scheen haar de beste verdediging. “Mijn naam is Philippe Vanhoutte”, ook hier legde hij de klemtonen met nadruk. Vanhoutte klonk als Vanoet en hij rok de pe van Philippe zo, dat je niet over de schrijfwijze zou kunnen twijfelen. “Ik vertegenwoordig Immo Deco dat zich inzet voor het verantwoord gebruik van historisch erfgoed”. Wij willen van deze zaal graag lofts maken. Dit is een buurt met toekomst…”. Nu was het Judy die de zin onderbrak. Zonder een woord te zeggen nam ze de koffie waarvan hij slechts even had genipt van het tafeltje en wees hem de deur. “Een beeld zegt meer dan 1000 woorden”, sprak Philippe, “mocht je je bedenken, hier is mijn kaartje”. Hij gooide het nonchalant, samen met een briefje van tien op het tafeltje. Hij graaide een mobiele telefoon uit zijn jaszak, groette haar met de glimlach en verdween. “Een dief in de nacht”, dacht Judy, terwijl ze het geld en het kaartje van tafel ruimde. Ze gooide het in de schuif van haar kassa en mepte die met een klap dicht.

Inmiddels was de laatavondfilm gestopt. De mannen kwamen één na één de zaal buiten. Jassen en sjaals opnieuw hoog, hoeden en petten laag. Het licht in de bar was Judy uit vergeten te doen waardoor sommigen even aarzelden maar dan toch hun weg richting de uitgang verderzetten. Judy begeleidde de laatste gast naar buiten, schoof het rolluik naar beneden en vertrok naar huis. De nacht was jong maar zou lang duren.

“Koffie”, dat was het eerste waar ze aan dacht wanneer ze het café van de cinema de volgende ochtend betrad. Dat zou haar overeind helpen na een slapeloze nacht. De auto, Philippe, het kaartje, de tien euro, het was allemaal door haar hoofd blijven spoken. Judy was even ingedommeld om daarna steeds weer opnieuw wakker te worden. Een waterboarding met slaap. Ze was fysiek en mentaal een wrak. Maar de koffie deed haar inderdaad goed. Terwijl ze de toog van het café schoonmaakte, slurpte ze een kan van het spul. Net genoeg koffie, dat was de kunst waar ze zich in de loop van de jaren in had gespecialiseerd. Drink je te weinig, dan voel je het effect niet, drink je er teveel dan ga je door een uur van high om daarna te ontdekken hoe diep je bent gevallen. Eens ze het effect voelde, dronk ze steeds nog één kop sterke koffie per uur. Die truc werkte nu toch al een poos naar behoren.

Ze klom de trappen achter de projectieruimte op. Het was schoolvakantie, dus had ze een extra voorstelling in de namiddag. ‘Pippi zet de boel op stelten’. Een film uit 1970. Er zouden weer jonge gezinnen opduiken. Ze had haar publiek uit de buurt weten te kiezen. Er kwamen er nooit veel, maar dat was een kwestie van tijd. Eens ze haar naam bij de nieuwe bewoners zou hebben gemaakt, zou de bioscoop opnieuw vol lopen. Als ze nu maar eens haar zaal half vol zou krijgen. Dan zou alles beter worden. “Geduld is een mooie deugd maar je moet er zo lang voor wachten”, dacht Judy terwijl ze de spoelen van het rek haalde en de trap richting projectieruimte afdaalde.

Het publiek van jonge gezinnen was er inderdaad, die middag. Ze kwamen nooit vroeg, dronken voor de voorstelling niets maar bleven nadien soms wel hangen. Judy zag een gezin met twee kinderen en een jonge moeder met een meisje dat niets anders kon zijn dan haar dochter. Ze had haar vriendinnetjes mee mogen brengen. “We vieren haar verjaardag”, zei de moeder en ze wees naar het meisje met de lange jas en de laarsjes. Een kind nog maar duidelijk een model naar haar moeder. “Met hoeveel zijn jullie Helena? Acht ticketjes alstublieft”.

Dat maakte 12, berekende Judy. Tot die auto opnieuw opdook. Judy dook in elkaar achter haar kassa. Hij parkeerde. Philippe zette zijn auto vlak voor de cinema. Hij had tien minuten rond gereden op zoek naar een parkeerplek maar als hij zijn auto dan toch kwijt wou geraken en een boete moest riskeren, zou hij nu ook niet nog eens tien minuten wandelen.

Judy zag een vrouw en een meisje uit de auto stappen. De twee hadden niet geweten wat hen overkwam toen Philippe de avond tevoren onverwacht laat thuis was gekomen met een brede glimlach op het gezicht. “Habemus Cinema!”, riep hij al toen de deur nog niet dicht was. Sedert de laatste pausverkiezing was het zijn woord geworden. Habemus Appartementam! Habemus Hotel! Habemus Iglesiam! Het potjeslatijn vloog door de woonkamer telkens de omhooggeklommen en zelfverklaarde working class hero een nieuwe en steeds indrukwekkender aankoop had gerealiseerd. In de laatste maanden was hij bijzonder succesvol, had zijn vrouw opgemerkt. “We gaan er morgen naartoe. We gaan naar de film Alicia! Morgen gaan papa en mama samen met jou naar de film”.

“Pippi zet de boel op stelten?”, Philippes vrouw aarzelde toen ze op de kassa afstapten, “Denk je dat dat wel goed is voor haar?” Het antwoord dat Philippe haar met de ogen gaf was duidelijk. “Drie kaartjes voor Pippi”. Philippes en Judy’s ogen kruisten elkaar. Vuur! Fire! Feu! Ignis! “U opnieuw. Ik had niet verwacht dat u een vrouw en kinderen had, u kent de weg”, sprak Judy onverwacht giftig. Ze keek daarbij nadrukkelijk naar Philippes vrouw.

Alicia had inmiddels de andere kinderen gevonden en in het café was het aantal geproduceerde decibels inmiddels tot ongekende hoogten gestegen. Philippe glimlachte schuchter naar zijn vrouw. Judy voelde een onbehaaglijke warmte uit haar buik opstijgen. Ergens wist ze dat het verkeerd was maar ze had niet écht iets verkeerd gezegd, vond ze.

Terwijl de film speelde zat Judy in de bar. Ze zette een koffie en haalde het kaartje van Philippe uit de kassa. Immo Deco. Philippe Vanhoutte. Projectmanager. Telefoonnummer. Mobiel. Fax. E-mailadres. Judy nam de telefoon en belde het vaste nummer. “Hoeveel bent u bereid voor mijn cinema te bieden?”, ze hoorde zichzelf de vraag stellen. Alsof haar mond en haar verstand niet in het minst met elkaar in contact stonden. “Philippe Vanhoutte” is gisteren langsgekomen. Ze legde in toen ze de tweede spoel van ‘Pippi zet de boel op stelten’ op de projector moest zetten en belde daarna opnieuw het nummer. “Philippe is hier niet langer in dienst mevrouw, daar zijn wij zeker van. Zegt u hem dat hij ons dringend moet bellen”. Intussen was Pippi’s avontuur als zwerver ten einde gekomen.

De kinderen kwamen, nog wilder dan ze al waren voor de film, de zaal uit. “Ik ga zwerver worden”, riep er eentje. “Blijf jij maar hier”, riep de moeder, “een chocolademelk voor jullie?”. Philppe zette zich aan een tafeltje. “Heeft u ook echte espresso”, opnieuw was zijn vraag geen vraag maar een regelrechte aanval, “doe toch maar twee cava en een cola”. Judy bracht de bestelling met haar breedste glimlach naar het tafeltje. “Ik had zopas uw werkgever aan de lijn”, sprak Judy ” u moest hem maar eens bellen”.

3 replies on “Cinema Royal”

verbazende fictie,… Eliza Fahrenholz/ Verswijfel was begin de jaren vijftig inderdaad de moeder van een voor mij ?onbekende” dochter, die Cinema Royale zou beginnen en openen. Lisa ( Eliza.) een gewezen cirkusartieste,vertelde me haar levensgeschiedenis. Telg uit een cirkusfamie met reputatie, wonende in diezelfde jaren 1970 in de Jozef Hendricxlaan 148 in Schoten,samen met haar broer Edouard, 83 jaar en gewezen clown in het familie cirkus. Lisa die bij de bouwwerken,einde veertiger jaten ,nog eens haar kunstjes vertoonde… op het slappe koord ,van de scene naar het balkon….
de omschakeling naar een sexbioskoop wordt in uw verhaal perfect weergegeven… de concurrentie met televisie,Georges Heylen en de eerste videos was inderdaad moordend.
Welbedankt voor uw ( Niet zo fictieve )verhaal, knap
Zelf hielp ik begin de jaren 80 ene Leon Dingemans, een Antwerpenaar, die Cinema Royale had gehuurd met het idee om daar ” terug avontuurfilms te brengen ,en de sex buiten te smijten ”
Leon had een stuf of zes kinderen ,samen met Danielle Ducros??? een Francaise uit Lille…
Eerst werd een hogedrukreiniger gehuurd, alles schoongemaakt en herschilderd, de toiletten kregen veel licht en ook serieus laagje verf. De “avontuurlijke “programatie viel mee, Alfa films in Brussel kon niet voor Zaman zorgen,maar wel voor,The Chainsaw massacre, Big Boss met Bruce Lee, the Giant Ants , Man Eaters from the Amazone…en vele anderen.
Een ding had Leon echter vergeten, de vaste gasten van het “Royalleke ” hadden daar echter al sinds vele jaren hun rendez vous plek,en jachtterrein gemaakt, nu verstoorde Leon, de moraalridder hun hele modi operandi…
Dus ,oorlog, de toiletten werden gesaboteerd, lampen gestolen, cinemascherm vernield , er werd in de zaal op en tussen de mooi gereinigde zetels gesc….n , kortom na enkele maanden moest Leon de handdoek in de ring gooien, hij huurde bij Antwerp Tax een dubbele aanhangwagen, deze werd volgeladen met huisraad,kinderen en vertrok naar Lille.
The Chitty Gang had gewonnen ,en Leon was een droom armer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.