De onderschatte kunst van het samplen

Op vrijdagavond zijn er in den Delhaize steeds samplingsessies. Omdat ik met een koptelefoon door de winkel struin wordt er mij zelden iets aangeboden. Ik vind dat jammer. Ik proef namelijk graag nieuwe dingen. Omdat mijn podcasts nooit luid staan, kan ik mensen perfect horen en ik ben sociaal bovendien. De man voor mij en de dame achter mij krijgen echter lekkers, de schijn is tegen mij en dus wordt er mij niets aangeboden.

Wel heb ik daarmee een ideale observatiepost. De samplinghosts en hostessen zijn door mij heen aan het kijken naar de volgende klant en dus kan ik ongegeneerd terugkijken naar de volronde dames die gezondheidsproducten aanprijzen terwijl ze net een sigaret zijn gaan roken en daar dus nog uren in de wind naar ruiken. Maar dan wel benecol of iets soortgelijks aanprijzen. Zichtbaar overgewicht en al.

Vanuit mijn observatiepost kan ik ook strategische aanvallen plaatsen. Vandaag deed ik er zo eentje. Er was een sampling voor Campbell’s soep. Het is koud dezer dagen en vorige week gebruikte ik nog een Warhol in mijn lesvoorbeelden. De marketing had in mij een gewillig slachtoffer. Ik wou dus wel eens proeven van die tomatensoep.

Koptelefoon rond de nek gehangen en jawel: “mijnheer, wil u proeven”. Dat wilde ik. Kon mevrouw mij echter zeggen of er balletjes aanwezig waren en of er vleesbouillon werd gebruikt bij de productie van Campbell’s soup? Op de eerste vraag antwoorde ze negatief, over de tweede bleef ze het antwoord schuldig. Haar gezicht was inmiddels op donder gezet en mijn suggestie om even op de doos te kijken liet ik maar achterwege, hoewel het een mooie woordspeling was geweest.

Laatst was er een sampling voor een wodkamerk. De jongedame die me het drankje niet aanbood zag er hip en fris uit. Eerlijk is eerlijk, dat meisje zag er goed uit. Ze had een Russische muts op en presenteerde aan andere klanten met flair.Het moet warm zijn geweest met dat ding op haar hoofd, toch had ze een glimlach opgeplakt. Ook mij bood ze een glaasje aan (uitzondering, o uitzondering), ik bedankte. Zij deed haar job en keek uit naar de volgende klant die de wijnafdeling zou verlaten.

Zo hoort het dus. Ik wil niet eisen dat alle samplinghostessen 1 meter 75 moeten meten en niet boven de 60 kilo mogen uitkomen maar een beetje merk wil toch gepresenteerd worden door, nou ja, representatieve mensen. Wat ik dus wil zeggen is dat sampling ondergewaardeerd wordt. Campbell’s heeft in mij een potentiële klant en de presentatrice kent het product niet. Is dat gebrek aan opleiding? Slagen bedrijven er niet in van hun samplingmensen endorsers van het merk te maken?

De helft van de presentatrices (m/v) vindt het niet de moeite mij gewoon aan te kijken. Omdat ik jong ben? Omdat ik een koptelefoon draag? Ik ben geen klant voor Benecol maar werp mij een glimlach toe. Toon u van uw beste kant en toon dat je bij het merk hoort. Het is maar een voorstel hé. Maakt het vrijdagritueel voor iedereen een betere ervaring.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.