De trein met bestemming

Ze komt tegenover mij zitten op de trein. We knikken. Het is nog donker buiten en we willen elkaar kunnen vertrouwen. Wij ontmoeten.

We zullen samen naar Leuven reizen maar dat weten we op nog niet. Die zekerheid heb je maar bij de eindhalte. Gelieve te controleren of u niets heeft laten liggen. Wij kennen elkaar niet. Wij zullen samen iets laten liggen. Zij, de onbekende en ik.

Een meisje komt naast haar zitten. Kussen. Een verhaal over de vorige avond. Haar lief. Hij is Portugees en zij wil hem beter leren kennen. Wij kijken niet naar elkaar. Zij is met haar bezig. Ik schrijf. Ik luister. Zij luistert.

Wij rijden. We rijden van Antwerpen naar Leuven. Wij weten niet waar onze eindhalte is. Zij en ik zullen iets laten liggen. Haar tongval is Nederlands geloof ik. Niet heel sterk maar wel duidelijk. Zij heeft geen accent.

Uit haar bagage komt een kurkentrekker. Het vorige kurk. Haar handen zijn groot. Haar handelingen snel. Zij kijkt. Zij luistert. Verhalen over de vorige avond. Haar lief. Hij is Portugees en zij wil hem beter leren kennen. Ik schrijf. Ik luister. Zij luistert.

Uit haar bagage komt een fles. Haar vingers prutsen het mesje uit de kurkentrekker. Zij lacht. Zij kijkt niet naar mij. Ik ben haar getuige. Zij kijkt naar haar handen. Zij luistert naar het mes dat stil luid hard zacht een opening forceert. Zij opent het vuilbakje. Haar projectiel landt aan mijn voeten.

Wij kijken naar elkaar. Zij lacht. Heel even maar. Verontschuldigend. Plaatsvervangend. Zij twijfelt. Ik knik. Wij begrijpen. Elkaar. Niet haar. Zij weet al wat er komt. Wij weten al maar weten niet. Wij spreken maar zeggen niets.

Een schroefdop! Dorst. Haar kleren zijn keurig. Haar rode jas. Haar rode sneakers. Haar mond. Een fles. Haar verhalen. Haar fles. Haar mond. Zij vertelt nu. Ze vertelt over haar. Over de prof die haar attitudeprobleem had aangekaart. Dat hij haar attitude verwarde met haar eerlijkheid en dat het maar net zo was.

Zij praat maar vertelt niet. Haar drinken is haar praten. Het klinkt luider dan de klassieke muziek die uit haar telefoon komt. Haar kus op de wang. Zij bloost. Haar hoofd op de schouder van zij die dit niet kan dragen. Zij kent haar en wij zullen samen iets laten liggen op deze trein die nu nog één stop van onze bestemming is.

Wij reizen samen naar Leuven. Zoveel is nu zeker. Daar eindigt ons samenreizen. Haar fles is nog maar voor de helft vol. Zij kijkt. Wij denken maar weten niet. Wij zullen laten liggen. Wij zullen verder reizen. Zij, de onbekende. Het meisje. Haar bestemming is onbekend.

Wij stappen af. Wij laten liggen. Het spijt ons. Wij kijken. Wij knikken. Wij willen elkaar kunnen vertrouwen.

1 Comment

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.