La vie cachée de vous-même

Het is er nog van gekomen, een klein experimentje. Mijn eerste poging was op een mislukking uitgedraaid wegens té experimenteel. Deze lijkt wel geslaagd. De persoon die deze reeks heeft opgezet was er alvast zeer over te spreken. Meteen is het mijn laatste verhaal in deze serie. Gewoon, omdat de maand om is en de month uit national novel writing month november is.

Voor een evaluatie is het nog even te vroeg maar ik blijf wel stukjes schrijven, zoveel is zeker. Ik moet nog nadenken over de vorm die één en ander zal gaan aannemen maar daarover dus later meer. Veel leesplezier met mijn laatste nanowrimo-verhaal.

Disclaimer: mijn corrector is nog niet langs geweest.

La vie cachée de vous-même

We hebben vier personages. Twee mannen en twee vrouwen, dat komt goed uit. We hebben een dochter met haar nieuwe lief en een vader met zijn maîtresse. Als uitgangspunt zit ook dat goed. We hebben de spanning van de dochter tegenover de vader en de maîtresse. Daarnaast situeert zich het spanningsveld van de nieuwe relatie. We bevinden ons in een Parijs’ café. Parijs, de stad van de liefde, ook dat is niet geheel toevallig. Ons hoofdpersonage is Stefanie, de dochter en ook het kruispunt van de emotie. Even kijken hoe die op deze situatie reageert.

Stefanie zat, nog steeds van haar melk, aan het tafeltje van het kleine Parijse café waar ze dan maar met hun viertjes waren gaan zitten. Naast haar Frédéric. Tegenover haar haar vader. Daarnaast zat zij. Zij zonder naam. Zij die ze even tevoren met haar vader had betrapt.

“Dit is Eveline”, vertelde haar vader, “zij is mijn persoonlijke assistente”. Stefanie voelde de walging opkomen, keek van haar vader naar Frédéric, dan terug. Even kruisten haar ogen die van Eveline. Een fractie van een seconde maar. Ze keek haar vader aan met ogen waarin de vraagtekens zelfs voor hem te nadrukkelijk aanwezig waren om te negeren.

Het verhaal dat wij gaan vertellen gaat uit van de beperking. Niet meer dan 2200 karakters is het bevel, minder dan 1666 mag ook niet. Daarom zullen we er vaker wel dan niet voor kiezen om clichés te gebruiken. Dit is het eerste cliché, de vader is opgestoken met zijn persoonlijke assistente. Stel dat we een willekeurige persoon zouden nemen, dan zouden we een groot deel van onze tijd samen verspelen met het lezen respectievelijk schrijven van het verhaal van de kennismaking. We moeten voortmaken. Onze tijd is beperkt. Wat we niet weten is hoe de vader ertoe gekomen is met zijn persoonlijke assistente aan te pappen. We lichten een tip van de sluier.

Er kwam een fles wijn aan. De ober someerde Stefanies vader te proeven. “Très bien”. Zijn vaste uitdrukking voor caféwijn wist Stefanie. Haar vader kende iets van wijn maar was het stadium voorbij dat hij categoriek elke wijn weigerde die niet aan zijn hoge standaarden voldeed. Dat had hij vroeger wel eens gedaan. Tot grote schaamte van Stefanie en haar moeder.

Dan gingen ze wandelen in de heide en gingen ze iets drinken in het tot brasserie omgebouwde station. Haar moeder vond het oord verschrikkelijk, haar vader had het niet begrepen op de wijn. Stefanie vond de chocolademelk heerlijk. Wanneer hem daar een glas werd voorgezet en het beviel niet, aarzelde hij geen moment. Hij stond op. Trok zijn lange jas met de nodige zwier aan. Maande zijn vrouw en dochter aan tot snelheid, liet het geld, tot op de laatste frank afgemeten op tafel liggen en verdween in absolute stilte. Als hij een ober op zijn weg naar buiten trof, mompelde hij dat zij er ook niets aan konden doen maar dat ze hun baas moesten zien te vervangen. De meisjes die er opdienden, studenten nog vaak, werden rood en zeiden dat ze het zouden doorgeven. Dat het hun speet en dat hij eventueel een ander glas. Tegen die tijd had hij de deur al lang achter zich dicht gedaan.

Dat was haar vader ten voeten uit. Hij zou nooit keet schoppen, wat er ook aan de hand was. Haar moeder was zijn natuurlijke tegenpool. Zij liet nooit na haar spoor achter te laten, diep in de ziel van de mensen die haar zo goed mogelijk bedienden. Eens waren ze gaan eten in een nieuw restaurant dat net was opengegaan in hun buurt. Het menu maakte duidelijk op welk segment van de plaatstelijke bevolking ze zich wilden richten.

Stefanie was er samen met haar ouders geweest tijdens het openingsweekend. Zowat de hele buurt was er aanwezig. Ze zag haar vriendinnetjes van school aan de andere tafels in boekjes kleuren en tekenen, sommigen hadden hun gameboy meegekregen. Stefanie had helemaal niets meegekregen. Even probeerde ze wat creatiefs met het bestek maar tevergeefs. Ze moest aan tafel leren zitten zoals de grote mensen, had haar moeder haar aangemoedigd. Stefanie had een aantal ontsnappingspogingen gedaan maar was keurig door haar vader in het gareel gehouden. Toen één van de kelners met een kleurboek en potloden aan kwam zetten gaf Stefanies moeder een lezing over opvoeding en goede manieren. Niet alleen voor de ober en de rest van het personeel maar ook voor de tafeltjes in de ruime omtrek van datgene waar Stefanie en haar vader in stilte leden.

Telkens weer hadden Stefanies ouders ruzie over de opvoeding en in welke mate daar op verplaatsing van afgeweken kon worden. Haar moeder wilde onder geen beding van haar strenge opvattingen afwijken. Haar vader was veel soepeler. Ook in het matchen met verschillende mogelijke partners had haar vader zich afzijdiger opgesteld.

Cafés en restaurants zijn in deze korte reeks verhalen vaak gebruikt om aan te geven over welke personages het hier gaat. Stefanie, de dochter heeft een afkeer van sjiek, haar ouders zijn rijke mensen en gaan dus vaak duur op restaurant. Hier introduceerden we aan de hand van het culinaire een mogelijk breekpunt tussen de ouders. Het toont hun gelijkenissen maar ook en vooral hun verschillen. Dat moet onvermijdelijk tot conflicten lijden over de opvoeding van Stefanie, daar zijn we het over eens, niet? Eens kijken hoe de situatie rond het betrappen wordt opgelost.

Nu zat Stefanie tegenover hem in een Parijs’ café en dronken ze samen wijn. Ze toasten op Parijs. Stefanie probeerde het niet te laten opvallen dat ze niet met Eveline klonk. Die hield haar glas nog steeds boven het midden van de tafel, in de richting van Stefanie toen die het glas al aan haar lippen zette. De wijn was meer dan behoorlijk voor een café.

“Vertel”, zei haar vader, “hoe bevalt Parijs jullie”?  Haar vader beheerste de kunst om je op zo’n momenten op die vraag te laten antwoorden. Eigenlijk wilde Stefanie hém om uitleg vragen maar de kalmte straalde van haar vader af en dus begon ze de uitleg. Hoe ze die avond hadden gegeten, gewandeld hadden langs de Seine. Hoe ze de bruggen over waren gewandeld, hoe ze stil waren blijven staan bij de stalletjes die boekenverkopers er dag in dag uit, van vroeg in de ochtend tot ’s avonds laat uitbaten. Frédéric toonde de poeziebundel die hij had gekocht ter illustratie.

Heel even wordt de spanning opgedreven. De wijn, de wandeling in Parijs, zijn allen niet tot het verhaal bijdragende elementen. Toch is de situatie van wederzijdse stilte niet lang vol te houden, we moeten immers naar een climax.

“Jullie zijn druk met het werk?”, Stefanie flapte het er ineens uit. Ze probeerde nog even neutraal te klinken maar wist dat er iets van haar gevoel in haar stem te verbergen. Eveline kleurde roder dan het logo op het antieke coca-cola uithangbord dat achter haar hoofd tegen de wand van het café was opgehangen. Ze stamelde even. Stefanie had met haar te doen. Ze moeten het spannend hebben gevonden, dacht Stefanie ineens. Spannend dat ze in dezelfde stad als zij rondwandelden en dat ze elkaar misschien wel zouden tegenkomen. Zij zouden dan Frédéric en Stefanie hebben gezien en zouden samen een zijstraatje zijn ingedoken. Daarna zouden ze naar hun hotel zijn gegaan. Nu was de spanning eraf en bleef Eveline op haar eerste woorden hangen.

“We waren hier voor een klant”, Stefanies vader nam de situatie opnieuw in handen. “We zijn gebleven voor het weekend, en inderdaad Stefanie, Eveline is inmiddels meer dan alleen mijn persoonlijke assistente”. Stefanie stond op en wandelde in de richting van de toiletten. Frédéric ging haar achterna. Stefanie huilde. Veel van haar vriendinnen hadden gescheiden ouders, sommige ouderparen waren uit elkaar gegroeid maar leefden nog wel samen. Stefanie kon binnenkort dus het verhaal van de persoonlijke assistente gaan opdissen. Het leek haar allemaal zo B, zo ordinair. Een verhaal uit de flair of andere vrouwenbladen.

Frédéric legde zijn hand op haar schouder. Zij drukte zich tegen hem aan. Daar stonden ze, midden in een Parijs café. Stefanie probeerde in te schatten wat het effect van deze avond op haar relatie met Frédéric zouden betekenen. De tranen liepen nu in beekjes langs haar wangen. Ze voelde hoe Frédéric zich nog iets dichter tegen haar aantrok. Ze hoorde hem troostende woorden spreken.

Het hoofdpersonage vlucht voor de ontstane situatie en wordt getroost door haar vriend. Zo zou het in stationsromans ook lopen. De verwijzing naar vrouwenbladen is dan ook een verwijzing naar de auteur, die zichzelf wil relativeren. We surfen van cliché naar cliché maar krijgen de echte personages niet te zien. Ze bestaan uit karton en hoe hard we ook ons best doen, leven is er niet in te krijgen. De lezer heeft weinig nodig om het verhaal in te kleuren en iedereen kan zich herkennen in de situatie. Ergens moet er een uitweg gevonden worden voor de patstelling waar we ons in bevinden. Een flashforward naar huis zit er niet meer in, alles moet aan dat tafeltje in Parijs worden opgelost.

Stefanie zette zich terug op haar plek en excuseerde zich. Eveline wist zich geen blijf met haar handen. Nu weer eens legde ze gevouwen op het tafeltje, dan weer in haar schoot. Ineens nam Stefanies vader haar handen vast, leidde haar linkerhand in zijn rechter en legde er zijn linkerhand overheen. Haar kleine handen verdwenen in zijn grote handen. Ze leek te kalmeren.

“Mama en ik zijn al een tijdje op zoek”, sprak haar vader. De uitleg waar Stefanie niet zat op te wachten zat eraan te komen. “Na al die jaren samen begon er sleet op onze relatie te komen, we hebben jou erbuiten willen houden. Stefanies wereld stortte in. Met het verval van haar ouders’ relatie waren alle zekerheden ineens verdwenen. Ze had niets doorgehad, er waren ruzies, en ze merkte ook dat haar vader zich hard op zijn werk stortte maar dit had ze niet verwacht.

“Hoe lang al”, Stefanie kreeg het maar net gezegd. “Twee jaar”, haar vader had duidelijk beslist dat het uit was met de geheimdoenerij, dat Stefanie er nu mee zou moeten kunnen omgaan. “Heeft mama ook…?”, Stefanie keek onwillekeurig in de richting van Eveline. Haar vader dacht van niet, maar zeker kon hij het haar niet vertellen. Hij vertelde hoe Eveline tweeënhalf jaar geleden zijn assistente was geworden en hoe zijn gevoelens voor haar waren gegroeid terwijl zijn huwelijk aan het slabakken ging. Hij vertelde Stefanie, die steeds vaker naar een geïnteresseerd luisterende Frédéric begon te kijken, hoe hij en haar moeder op zekere dag hadden afgesproken om samen te blijven. Hun verstandhouding was nog steeds goed maar de sleet was op hun relatie komen te zitten, niet meer, niet minder.

Een shockerende gebeurtenis voor de dochter. Onder haar neus (en dus ook onder de neus van u, de lezer) hebben twee keurige, sjieke mensen waarvan je helemaal niet verwacht dat ze scheve schaatsen rijden met elkaar afgesproken dat het wel kon, als één van hen daar behoefte mocht aan hebben. Langsheen het liefdesverhaal van twee jonge mensen liep een verhaal dat misschien veel interessanter was. Wij hebben er echter voor gekozen om dat niet eerder te vertellen.

Stefanie stond op en trok haar jas aan. Frédéric, die als een huisdier aan een lis inmiddels aan haar vast hing deed hetzelfde. Hij zag hoe ze haar vader tot weerziens kuste. Hij drukte de man die hij voor het eerst had ontmoet in deze pijnlijke omstandigheden de hand en zag op dat moment uit zijn ooghoek hoe Stefanie de nieuwe vlam van haar vader een tik in het gezicht verkocht. Hij zag hoe de vingers zich aftekenden op de wang van Eveline en hoe het hele café keek wanneer een tranen met tuiten huilende Stefanie de deur doorliep, zich omdraaide en Frédéric tot spoed aanmaande.

Een open einde. In dit geval een sociale optie. Dit verhaal kadert in een serie waaraan meerdere auteurs meewerken. Het volgende verhaal kan opnieuw één van deze personages gebruiken. Het open einde waarbij de verschillende personages hun eigen weg gaan, laat die persoon toe vrij te kiezen. Als ik haar vier personages zou geven, dient zij hen te scheiden of zit ze met hen opgezadeld voor een nieuw verhaal waardoor alles stil zou komen te vallen. Indien ze niet verdergaat met deze personages kan u, de lezer vrij kiezen welke richting deze individuen uitgaan. Vrij totdat een schrijver u op zal leggen te weten waar deze wat verder ingekleurde kartonnetjes uitgaan.

2 Comments

  1. Sorry, ik had je verhaal te laat om er nog verder aan te kunnen breien. Ik heb het dan maar bekeken vanuit het standpunt van de caféhoudster. Kan je je daar ook mee verzoenen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.