Meisje

Gisteren was ik getuige van een ongelukje. Twee kinderen, een meisje en een jongen, vijf, zes jaar, fietsten door de straat. Beiden gehelmd, vlagje op de fiets, fluoriserende vest. U kent het vast. Een wiegend tafereel dat veilige hechting uitstraalt.

Naast, achter, tussen hen de grootouders. Oplettend. Waarschuwend. Ze wilden het liefst een veilige buffer rond de kinderen vormen.

Toen gebeurde het onvermijdelijke. Het meisje lette op de voetgangers. Ze lette op de auto die uit de tegengestelde richting kwam. Ze lette op de kinderen met de bal even verderop. Ze lette op haar broer. Haar zintuigen stonden strak en pats! De goot. Heel even alles stil. Een jammerlijk geklaag.

Ik stopte. Vroeg de grootvader of er iets was wat ik kon doen. Ik woon verderop mijnheer en als je een plakkertje ofzo moest nodig hebben of wat ontsmetting?

Het kind was rechtgekrabbeld. Meer dan wat schrikken was er niet aan geweest. Ik ging mijn postbus leegmaken. Ze kwamen achter me langs opnieuw voorbij. Nog trager dan even ervoor. De grootouders niet meer alleen oplettend en waarschuwend en bufferend.

Dat ze beter moest oppassen in het vervolg. Dat oma nu erg geschrokken was. Dat ze straks niet met de fiets naar school zou mogen. Dat ze dat toch al wist van die goot. En dat ze, nu vastgesteld was dat ze fysiek niets mankeerde, ook maar moest ophouden met huilen.

Geen fouten maken. Zeker niet in het openbaar. Niet huilen. Niet gewond zijn. Alles veilig. Het wordt er vroeg ingeramd.

4 Comments

  1. Het zou me niet verwonderen dat grootouders ongelukjes in hun aanwezigheid en in hun verantwoordelijkheid minimaliseren. Angst voor reactie van de ouders, angst om niet meer op die kindjes te mogen passen.
    Allez, ik bedoel, herkenbaar.

  2. Beste Jan,

    Ik weet niet hoe oud jouw kinderen zijn, noch welke straten je met hen op de fiets doorkruist of zal doorkruisen. Wat ik wel weet, is dat het op sommige plekken levensgevaarlijk is. En als je dan toch zo moedig bent om je met fietsende kleuters in het verkeer te wagen, staan alle zintuigen op scherp.

    Heel herkenbaar, maar een wat misplaatst slotparagraafje.
    Die grootouders zijn immers meer geschrokken dan dat kindje. Een beetje stressvol overreageren 🙂

  3. tijdens een activiteit bij de scouts gebeurt het dat je gewond raakt. En dan krijg je een keer of 1000 te horen, ‘gij bent ant bloeie’. Er is niets dat je op die moment er aan kan doen, en de wonde is meestal minimaal, maar deze opmerking moet en zal er komen.

  4. ‘Aangeleerde hulpeloosheid’, zo begint dat. Alle risico’s zo veel mogelijk uitsluiten. Als we echt ‘veiligheid eerst’ in de praktijk zouden omzetten, geen enkel vliegtuig zou nog opstijgen, geen enkele auto zou nog rijden. Het leren nemen van berekende risico’s is veel belangrijker dan het conditioneren van kinderen tot opzoeken van de absolute veiligheid. Zelfkennis en zelfvertrouwen leer je met schrammen en builen, fysiek en mentaal.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.