Sturm und drang

Vorige week schreef ik nog over de twijfel die in mij vaart wanneer ik mensen hoor over wat wij met enige bombast de grote verhalen zouden kunnen noemen.

Een directe aanleiding voor het schrijven van dat stukje, dat nog het best in de rubriek autobiografisch geneuzel past, was een uitzending over de 18de eeuwse Sturm und Drang beweging. Met uithangborden als Hamann, Goethe en Schiller voorop protesteerden ze tegen de rationaliteit die belichaamd werd door de verlichting.

Terug naar de natuur! Een leven vol emotie. Alle remmen los. Het lijden, essentieel onderdeel van het bestaan. Echt of gefingeerd.

Dat zette me aan het denken. Wetenschappers zouden het een hypothese noemen, denk ik. Als we nu kijken naar de huidige samenleving,  naar het parallelle leven dat wij op het scherm leven, kijken we dan naar een nieuwe Sturm und drang periode?

Een Sturm und drang die deze keer niet het lijden van de jonge Werther maar lolcats, virale videos en hoogst persoonlijke statusupdates als icoon zal krijgen? Waarin facebookstatussen over het liefdesleven van zestienjarige meisjes hoger worden ingeschat dan verhalen over armoede?

Zou het kunnen dat er zoiets bestaat als een collectieve manische depressie waarin de drukte van elke dag wordt verzwolgen in een haast collectief niets doen?

Soms zou ik een wetenschapper willen zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.