Visie op de verslaggeving rond een ongeval

Het is bij dramatische ongevallen zoals dat van deze ochtend altijd interessant kijken naar de nieuwsverslaggeving. Als een soort beroepsmisvorming of vakidiotie kijk ik dan naar de nieuwsverslaggeving zonder naar het nieuws an sich te kijken.

Een vast patroon tekent zich daarbij af. Media wijzen steevast op hun snelheid en op het live-karakter van hun verslaggeving. Ze wijzen op het nieuwskarakter van de berichten en wijzen op de volledigheid. Niets wordt verzwegen. Zodra we meer nieuws hebben, komen we bij u terug.

Online media gooien zo snel mogelijk foto’s, video’s en tekst online. Harde, zuivere feiten. Schijnbaar. Een botsing. Een ongeval. Doden. Vragen, heel veel vragen en witruimte. Geen stilte. Vooral geen stilte maar nieuws en meer nieuws. Zolang het maar oplevert. Je kan het hen niet kwalijk nemen. Hoewel. Recuperatie als verdienmodel.

Niet dat klassieke media zich zomaar laten verdringen. Bij de VRT hadden ze haast onmiddellijk een ploeg ter plaatste. Michael Van Droogenbroeck heette te zijn aangekomen nog voor de hulpdiensten. Hij was getuige geweest van het aankomen van de hulpdiensten en had met eigen ogen kunnen vaststellen dat de twee op elkaar gereden treinen een ware ravage hadden aangericht. Hij liet de camera inzoomen. Zo kon ook de kijker getuige zijn van verwrongen staal en het werk van de hulpdiensten. De eeuwige objectiviteitsobsessie.

Bovenal is hij live ter plaatse. Niet alleen kon de kijker dat zien, om elke schijn van trucage te ontkrachten wordt er ook bij elke regiewissel duidelijk op gewezen. Michael, jij bent voor ons ter plaatse. Ook tijdens herhalingen. Keer op keer blijft de journalist dezelfde zinnen herhalen. Steeds weer wordt er live overgeschakeld. Het bericht van kwart voor één mocht dan een tot op de bit en de byte nauwkeurige kopie zijn van het nieuws van half twaalf, niets deed vermoeden dan Van Droogenbroeck niet even iets meer zou zeggen, dat hij geen extra getuige ten berde zou brengen.

De echte vraag is echter: hoeveel nieuws verstrekt het nieuws? Met andere woorden: wat is de waarde van de berichtgeving. Ik bedoel dan niet: hoeveel winst, omzet of waarde kan er met de berichtgeving worden geproduceerd of hoeveel % van de jaardoelstelling haalt de openbare omroep met één extra journaal maar hoeveel nieuwswaarde wordt er geleverd.

Hoeveel toegevoegde waarde hebben de verschillende berichten? Wat is de waarde van een liveverslaggever. Hoeveel waarde heeft een ooggetuige die het vooral over het gevoel heeft. Hoeveel waarde hebben beelden van verwrongen staal en wat vertelt een kind in de armen van een man?

Ongevallen zijn makkelijke onderwerpen. Ze zijn makkelijk in beeld te brengen en vergen nauwelijks correctie. Geen politieke evenwichten. Nauwelijks woord, laat staan wederwoord. Voor visuele media zoals televisie en bij uitbreiding ook het multimediale internet zijn ongevallen een stuk makkelijker dan politiek nieuws. Laat staan internationaal nieuws.

Zodra het nieuws in de standaardberichtgeving komt, valt het onder de gewone regels van het televisienieuws. Uiteraard is het nieuws van het ongeval het enige hoofdpunt. Uiteraard. Maar het format blijft heilig. Hoe uitzonderlijk het nieuws, hoe rampzalig en dramatisch ook. Steeds dringt zich de televisierealiteit op. Het nieuws bestaat uit de elementen binnenland, buitenland, sport, faits divers en sport.

Je kunt van verslaggeving rond ongevallen niet veel verwachten. Feiten, schijnrealiteiten (slachtoffers worden zorgvuldig buiten beeld gehouden) en open vragen. Steeds afgestemd op het verhaal dat verteld kan worden. Daarom wordt er gesproken over chaos. Chaos dekt daarbij zowel de medialading als de lading van de gebeurtenissen.

Er is echter één groot verschil tussen wat we de gebeurtenissenchaos en de mediachaos zouden kunnen noemen. Chaos is maar interessant zo lang je de kijker kan vertellen uit welke elementen de chaos bestaat. De chaos zelf is hoogst ondankbaar mediamateriaal.

3 Comments

  1. En na de tweets, twitpics, radioflitsen, verslaggevers ter plaatse, gegoochel met cijfers en woordvoerders, … is er natuurlijk ook de onvermijdelijke mediareflectie. (Maar goed punt hoor, daar niet van.)

  2. Ik heb nu niet naar het televisiejournaal gekeken omdat wij hier geen tv hebben, maar radio daar luisteren we wel naar. Ik heb mij vandaag nog meer als anders geërgerd aan het radionieuws. “Dit is het nieuws van 13 uur met vandaag maar 1 onderwerp…”

    Het enige waar de media op focussen is de sensatie en het wijzen van vingers naar mogelijke schuldigen.
    Sensatie onder de vorm van reporters ter plaatse die herhalen wat de nieuwslezer al heeft gezegd, en die dan nog eens een getuige aan het woord laat die nog eens hetzelfde verteld met een iets platter accent.

    Wijzen van vingers gebeurt dan door oorzaken en schuldigen aan te duiden en die meteen als waarheid op te dringen. Ik vind van mezelf dat ik slim genoeg ben om dit alles te relativeren, maar ik heb zo mijn twijfels bij de gemiddelde Vlaming.

    Nuja, op de tv is dat allemaal nog veel erger, dus zo erg vind ik het niet dat we geen tv hebben. Ik lees liever blogposts van mensen die er echt iets over kennen, (zoals bijvoorbeeld: http://webpalet.titeca.net/2010-02/rood-licht/) dan dat sensatienieuws.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.